Nieuws

Voorbereiding en SLB Antilliaans-Arubaanse studenten: sleutel tot succes?

OCan Nieuws

woensdag 14 juli 2010 09:25

Onderzoek onder Antilliaanse en Arubaanse studenten door Milly Kock (OCaN)

Op 14 juni werd het boek 'Uit de schijnwerpers, in het daglicht - van monoloog naar dialoog' gepresenteerd. Een bundeling van artikelen over het belang van dialoog in het onderwijs in verschillende verschijningsvormen, voornamelijk binnen studieloopbaanbegeleiding (slb). Milly Kock, onderwijsadviseur binnen De Haagse Hogeschool en bestuurslid OCaN schreef een hoofdstuk over de effecten van voorbereiding en slb op Antilliaanse en Arubaanse (A&A) studenten.

Milly Kock opent haar hoofdstuk met een omschrijving van de doelgroep. Uit eerdere studies is gebleken dat veel A&A studenten in het hbo een verkeerde studiekeuze maken. Hieraan liggen vier redenen ten grondslag: 1) de voorlichting op de Nederlandse Antillen en Aruba is niet toereikend, 2) het aanbod van opleidingen in Nederland is te omvangrijk en onduidelijk, 3) ouders beschikken over onvoldoende informatie, en 4) studenten weten niet wat ze willen. Het gevolg is dat vele A&A studenten naar Nederland reizen en het hbo instromen zonder een goede voorbereiding en een duidelijk beroepsbeeld of -wens. De Nederlandse taal is vaak onder de maat, studenten ervaren aanpassingsproblemen door heimwee en moeten wennen aan de nieuwe leeromgeving en leervormen.

Het onderzoek

De Haagse Hogeschool werkt in het kader van het programma StudieSucces aan het inzetten van gerichte interventies om de studie-uitval onder niet-westerse allochtone studenten terug te dringen. Milly Kock pleit in haar hoofdstuk voor interventies met een specifieke focus op de A&A student. Zij vormen in haar ogen een aparte groep binnen de doelgroep. Haar hypothese is dat voorbereiding voor de poort, en slb na de poort een impuls zullen geven aan het studiesucces van de A&A student.

Het onderzoek valt uiteen in drie delen: 1) een vragenlijst, 2) interviews met aselect gekozen studenten, en 3) een bespreking van de resultaten met de klankbordgroep. Van alle studenten die worden benaderd, nemen 120 studenten deel aan het onderzoek. Dat komt neer op een respons van 34%.

Resultaten en aanbevelingen

De belangrijkste conclusie die uit het onderzoek kan worden getrokken, is dat studenten niet tevreden zijn over de voorbereiding en de begeleiding die zij krijgen, zowel in het thuisland als in Nederland. Grootste struikelblok blijkt de geografische en sociale afstand tussen beiden landen. Door de geografische afstand zijn studenten niet in staat om deel te nemen aan Haagse voorbereidingstrajecten als Proefstuderen, Meeloopdagen, Open Dagen of Mentorschap. De sociale afstand komt voornamelijk tot uiting in het verschil in leefcultuur, leeromgeving en manier van omgang. Dit zijn beperkingen die in veel mindere mate -of in het geheel niet- gelden voor andere niet-westerse studenten binnen De HHs.

Milly Kock maakt in haar hoofdstuk statistisch inzichtelijk dat deze groep betere studieresultaten zou kunnen boeken als de voorbereiding en begeleiding beter op de studenten wordt toegesneden. De aanbevelingen die zij doet zijn afkomstig van de studenten zelf, alsmede van de klankbordgroep.

Aanbevelingen:

  • Ruim vóór en tijdens de start van de opleiding starten met voorbereiding en begeleiding. De nadruk ligt op een studie- en beroepskeuzetraject voor studenten, scholen en decanen op de Antillen en Aruba.
  • Introduceren van virtueel mentorschap en virtueel proefstuderen. A&A studenten treden via internet in contact met studenten in Nederland. De nadruk ligt op het delen van ervaringen mbt de studie: wat is studeren en wonen in Nederland?, wat moet je allemaal weten?, wat zijn de ervaringen van andere studenten?
  • Bevorderen van de taalvaardigheid in het voortraject op de scholen.
  • Aandacht voor de persoonlijke factoren van de student, zoals het leven in een andere cultuur, de studiecultuur en de vereisten in Nederland.
  • Aandacht voor de studiemotivatie, inzet en houding van de studenten en verbondenheid met de studie.
  • SLB gericht op het doelbewust laten nadenken en nemen van regie over de eigen studie, het leren en de loopbaan.
  • SLB gericht op zelfregulerende vaardigheden en sturing van het eigen leerproces.
  • SLB gericht op persoonlijke ontwikkeling van de student moet om eigen knelpunten te signaleren, te bespreken en ze vervolgens aan te pakken.

Lees het hele onderzoek, de verantwoording en de volledige conclusie in de bundel 'Uit de schijnwerpers, in het daglicht - van monoloog naar dialoog'.

 

 

 

   

Eindevaluatie Bestuurlijke Arrangementen Antillianengemeenten 2005-2008 verschenen

OCan Nieuws

dinsdag 13 juli 2010 21:56

De Evaluatie Bestuurlijke Arrangementen Antillianengemeenten 2005-2008 is verschenen,  zie http://www.nieuwsbank.nl/inp/2010/07/13/R135.htm. OCaN participeerde in de begeleidingscommissie van onderzoeksgroep RISBO. De taak van de begeleidingscommissie was het meedenken en het meepraten over de eindevaluatie.

Hieronder een artikel uit Amigoe (13 juli 2010) over de eindevaluatie.

Bron: OCaN redactie.

Weinig samenhang in aanpak Antilliaanse risicojongeren

WILLEMSTAD/ROTTERDAM - Het toekomstige beleid gericht op Antilliaanse risicojongeren vraagt om een alomvattende coherente aanpak, waarbij meerdere leefgebieden tegelijkertijd worden betrokken, en een geïntegreerde benadering van zowel het vinden van Antilliaanse risicojongeren als het binden ervan.

Dat is een van de conclusies van de Evaluatie Bestuurlijke Arrangementen Antillengemeenten 2005 - 2008, dat door onderzoekers van de Rotterdamse Erasmus Universiteit is uitgevoerd. De onderzoekers - Tomislav Tudjman, Afke Weltevrede, Jan de Boom en Marion van San - stellen dat de doelgroep van Antilliaanse risicojongeren erom bekendstaat moeilijk te bereiken te zijn, maar dat dat bereiken inmiddels wel steeds beter lukt, maar het daadwerkelijke binden dient door (Antilliaanse en/of  Europees-Nederlandse) professionals in samenwerking met de Antilliaanse  gemeenschap en zelforganisaties steviger vormgegeven te worden.
 
De Bestuurlijke Arrangementen zijn in 2005 met de 21 zogenoemde Antillengemeenten afgesloten, om op basis van een grote reeks projecten - verdeeld over al deze steden - schooluitval, werkloosheid en criminaliteit binnen de Antilliaanse groep tegen te gaan. Bij het onderzoek stonden twee vragen centraal. Wat zijn de succes- en faalfactoren van de projecten voor Antilliaanse risicojongeren, ontwikkeld en uitgevoerd in het kader van de Bestuurlijke Arrangementen en in hoeverre hebben deze projecten invloed gehad op schooluitval, werkloosheid en criminaliteit onder Antilliaanse risicojongeren in de periode 2005-2008?

De decentrale invalshoek van het Antillianenbeleid 2005 - 2008 heeft geleid tot een breed palet aan projecten, waarvan de effecten moeilijk te meten bleken te zijn. De lokale invulling van de 21 Antillengemeenten aan die projecten gaf ruimte om aan te sluiten bij lokale ontwikkelingen, maar leverde wel een veelheid aan projecten op die weinig onderlinge samenhang vertonen. In sommige gemeenten is een programma ontwikkeld of een samenwerkingsverband opgezet waarin de verschillende projecten een plek hebben gekregen. In verschillende gemeenten is die samenwerking echter nog onvoldoende geïnstitutionaliseerd of tot stand gekomen.

Een alomvattende aanpak vraagt, zo is een van de aanbevelingen, om een goede doorverwijzing en doorstroming en een goede (keten)samenwerking tussen instanties binnen en tussen gemeenten. Dat vraagt om een duidelijke regierol en visie over de samenhang van activiteiten en projecten. Dit betekent inzicht krijgen in welke doelen er zijn, welke activiteiten/projecten er al lopen en hoe deze zich tot elkaar verhouden.

Gelijksoortige projecten moeten verder over gemeenten heen afstemming kunnen krijgen om kennis uit te wisselen en van elkaar te kunnen leren. De opgedane kennis en ervaringen uit de praktijk en onderzoek (zoals DOCA, Regioplan, Risbo) zouden op een structurele en laagdrempelige manier beschikbaar gesteld moeten worden voor
eenieder die met de Antilliaanse risicojongeren werkt. Het wiel wordt nu vaak steeds weer opnieuw uitgevonden.


Er moet volgens de onderzoekers voor gewaakt worden dat overkoepelend beleid nog wel aansluiting bij het lokale beleid blijft houden, omdat anders het draagvlak voor bepaald beleid zoekraakt. Daarbij is het van belang te weten dat visie op en sturing van het lokale beleid bemoeilijkt kan worden doordat de Rijksbijdrage via het Gemeentefonds gaat lopen, wat ten koste kan gaan van een goede samenwerking en focus.


Ze vinden dat de maatschappelijke positie van Antillianen en Arubanen in Nederland niet los kan worden gezien van de omstandigheden waarin Antillianen en Arubanen zijn opgegroeid op de Nederlandse Antillen en Aruba. Een afstemming tussen het integratiebeleid voor Antillianen en Arubanen in Nederland en het zogeheten 'samenwerkingsbeleid' (onderwijs, armoedebestrijding, gezondheidszorg) tussen Nederland en de eilanden in het licht van de nieuwe staatkundige verhoudingen is het overwegen waard.


In de onderzochte Bestuurlijke Arrangementen zijn de gelden verdeeld op een wijze dat de extra financiering voor veel projecten uiteindelijk een druppel op een gloeiende plaat was. Bovendien is de problematiek vaak complex en meervoudig. In het kader van voorkomen is beter dan genezen zou in ieder geval sterker ingezet moeten worden op preventie, het voorkomen van problemen voor latere generaties.

http://www.amigoe.com/artman/publish/artikel_75215.php 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

   

Gebroken gezinnen oorzaak criminaliteit volwassen Antilliaanse mannen?

OCan Nieuws

dinsdag 13 juli 2010 15:57

"Beleid: terugdringen werkloosheid niet alleen onder Antilliaanse jongeren"

Wat zijn de achterliggende oorzaken van het hoge percentage daders onder Antilliaanse twintigers, dertigers en veertigers in vergelijking met het overall Antilliaanse daderpercentage?

Deze vraag wordt gesteld in het onderzoek Criminaliteit, leeftijd en etniciteit. Over de afwijkende leeftijdsspecifieke criminaliteitscijfers van in Nederland verblijvende Antillianen en Marokkanen (Jennissen e.a., WODC, 2009).

In de samenvatting wordt het volgende gezegd: "In deze studie zijn aanwijzingen gevonden dat het vaak voorkomen van gebroken gezinnen een achterliggende oorzaak is voor de relatief hoge daderpercentages onder volwassen mannelijke Antillianen tot een leeftijd van ongeveer 45 jaar. Volwassen Antilliaanse mannen missen hierdoor namelijk vaak de temperende invloed van een eigen gezin op de neiging tot het plegen van delicten, Het hebben van een eigen gezin verhoogt de potentiële kosten die gepaard gaan met criminaliteit. Zo zal bijvoorbeeld de mogelijkheid om veroordeeld te worden tot een gevangenisstraf op iemand die zorg draagt voor een gezin een grotere afschrikkende werking hebben dan op iemand die alleenstaand is. Ook onder Antilliaanse vrou­wen blijven de criminaliteitscijfers in de twee decennia na de vroege volwassenheid erg hoog. Dit zou kunnen komen omdat vrouwen die zich inlaten met criminele activiteiten dit vaak doen ter ondersteuning van of als facilitator van criminaliteit die gepleegd wordt door mannelijke leeftijdgenoten in hun directe omgeving. Verder lijkt ook het grote aantal drugsdelicten waarbij de dader in kwestie van Antilliaanse komaf is van belang te zijn. Met de bovengenoemde verschijnselen bleek het toch niet mogelijk om de afwijkende age-crime curve voor Antillianen afdoende te verklaren en daarmee een bevredigend antwoord voor onderzoeksvraag 2 aan te dragen. Waarschijnlijk omdat het onderzoek hier tegen de beper­kingen van de gebruikte database aanliep."

"Men is het meestal over eens dat matrifocaliteit een aanpassing is aan de slechte of instabiele maatschappelijke situatie waarbij de historisch-culturele erfenis ook van invloed is. Het veel voor­komen van de matrifocale gezinsstructuur onder Antillianen lijkt dan ook iets te zijn wat moeilijk door beleidsinterventies te veranderen is. Het lijkt verstandiger om beleid te ontwikkelen dat alternatieve vormen van sociale inbedding, die de potentiële kosten van criminaliteit verhogen, van Antilliaanse twintigers, dertigers en veertigers stimuleert. Men moet hier vooral aan het hebben van werk denken. Het terugdringen van de werk­loosheid onder Antillianen zou dus niet uitsluitend op jongeren gericht moeten zijn. Uiteraard is het overigens ook om de criminaliteit onder postadolescente Antillianen aan te pakken van groot belang dat het voor­tijdig schoolverlaten onder Antilliaanse jongeren wordt aangepakt."

Resultaten van logistische regressieanalyse ter verklaring van het al dan niet als dader geregistreerd zijn in 2005, minderjarigen van 12 t/m 17 jaar (N = 1.064.808)

 

Model A

Model B

Model C

Autochtoon

1

1

1

Antilliaan

 

 

2,69

Eerste generatie

7,52

3,35

 

Tweede generatie

4,25

2,59

 

Als de resultaten van model A wordt vergeleken met die van model B, zien we dat de oververtegenwoordiging van allochtonen in de geregistreerde dadercijfers kleiner wordt als we corrigeren voor sociaal-economische achtergrondkenmerken. Voor alle groepen behalve eerste generatie Antillianen nemen de odds ratio's (de kans dat iets plaatsvindt gedeeld door de kans dat het niet plaatsvindt) met ongeveer 40% af, terwijl de odds ratio voor eerste generatie Antillianen in model B zelfs meer dan gehalveerd is in vergelijking met de waarde in model A.

In model C, waarop de in de figuur weer­gegeven age-crime curves zijn gebaseerd, wordt leeftijdkwadraat niet meer als onafhankelijke variabele opgenomen. Deze variabele levert een grotere bijdrage aan het voorspellen of iemand al dan niet als dader geregistreerd staat dan de interactie tussen herkomstgroep en leef­tijd en de informatie of een autochtoon al dan niet in het buitenland gebo­ren is.

Resultaten van logistische regressieanalyse ter verklaring van het al dan niet als dader geregistreerd zijn in 2005, volwassenen van 18 t/m 37 jaar (N = N = 3.699.215)

 

Model A

Model B

Model C

Autochtoon

1

1

1

Antilliaan

 

 

1,82

Eerste generatie

5,12

2,61

 

Tweede generatie

2,24

1,67

 

Antilliaan x vrouw

 

 

0,12

Eerste generatie

0,40

0,14

 

Tweede generatie

0,20

0,15

 

Tabellen op: p51-52 en p61-62.

De publicatie is te downloaden via http://www.wodc.nl/onderzoeksdatabase/de-afwijkende-leeftijdsspecifieke-criminaliteitscijfers-onder-marokkanen-en-antillianen.aspx

Bron: OCaN-redactie.

   

Pagina 1 van 30