Donner (BZK): samenwerking alleen met Landen die willen.”

Nieuws

Slavernijverleden belast relaties; bescherming culturele identiteit belangrijk; Tweede Kamer moet aandacht hebben voor BES; politieke wil doorslaggevend voor toekomst Koninkrijk.

 

Het Nederlandse kabinet wil samenwerken met die Caribische landen in het Koninkrijk die daadwerkelijk daartoe de wil en bereidheid aangeven. Dat schrijft minister Donner voor Koninkrijkrelaties in “De Toekomst van het Koninkrijk”, een notitie van Nederland dat op verzoek van de Tweede Kamer is opgesteld. “De Toekomst van het Koninkrijk” wordt op 4 oktober 2011 besproken in de Tweede Kamer.

 

Autonomie_monument

 

 

 

Minister Donner spreekt uitdrukkelijk van een Nederlandse notitie betreffende de toekomst van het Koninkrijk. De landen in het Koninkrijk, Aruba, Sint-Maarten en Curaçao, zijn immers autonoom. Het gaat volgens de minister niet om een visie; een schets van een wenselijke situatie is gemakkelijk te geven. Het gaat echter om “de mogelijkheden die gerealiseerd kunnen worden al naar gelang aan bepaalde randvoorwaarden wordt voldaan”. Volgens het Nederlands kabinet heeft het Koninkrijk alleen toekomst als ieder van de samenstellende delen er belang aan hecht en zich ook daar bewust van is. “Zien wij het Koninkrijk slechts als een juridische band en een politieke waarborg? Dan zijn wij bezig met het verleden. Kijken we naar de mogelijkheden, dan hebben wij het over de toekomst.”  

 

Nederland kiest voor scenario twee: ‘samenwerking tussen twee of drie Landen’

 

De minister schetst drie scenario’s:

  • ten eerste, de vier Landen zien meerwaarde in een constructieve samenwerking. De afzonderlijke en gezamenlijke belangen worden behartigd, onderling vertrouwen en afhankelijkheid groeien door positieve samenwerking.
  • Ten tweede, twee of drie Landen zien een meerwaarde in een positieve samenwerking. Het is in dit scenario niet mogelijk om de gemeenschappelijke belangen van het Koninkrijk te identificeren. Bij succes kunnen niet-betrokken Landen aansluiten.
  • Ten derde, de Landen blijven vastzitten in hun onvermogen om een constructieve invulling te geven aan de mogelijkheden van het Koninkrijk en blijven hangen in de huidige situatie, waarbij de rechtsband de belangrijkste is. De Nederlandse rol van ‘politieagent’ (waarborgfunctie) leidt ertoe dat betwijfeld moet worden of deze verhouding duurzaam is (p5-6).     

 

Idealiter omvat de samenwerking alle landen gelijkelijk (eerste scenario); het kabinet is er zich van bewust dat de politieke wil en bereidheid voor onderlinge betrekkingen en samenwerking niet gelijk is in alle Landen en zet derhalve in op het tweede scenario (p14). Een wijziging van het Statuut is hierbij niet noodzakelijk.

 

Nederlandse visie op het Koninkrijk: erkenning van de Nederlandse belangen

In Nederland ontbreekt het volgens de Minister vaak aan het bewustzijn van de belangen die Nederland heeft bij een toekomst van het Koninkrijk. Een erkenning van de belangen van Nederland is belangrijk, alsmede een verkenning van de mogelijke belangen van de andere Landen. Dan kan worden vastgesteld om deze aansluiten bij de eigen visie. Vervolgens kan een visie een realiseerbare mogelijkheid worden, zo schrijft de Minister (p7). Als ‘Caribisch land’ (hiermee wordt bedoeld: de drie openbare lichamen BES vormen een onderdeel van Nederland, MA) heeft Nederland belang bij samenwerking in het Koninkrijk op diverse terreinen, zoals: zorg, vervoer, natuur en milieu, energie en rechtshandhaving (p7-9).

Wat betreft de economische en handelsbelangen ziet Nederland het als een interessante gedachte om de Landen in de Caribische regio te ontwikkelen tot schakel of springplank voor Nederlandse en Europese bedrijven die actief willen worden in Midden- en Zuid-Amerika. Nederland zal zich verder inzetten om de banden tussen de EU en de LGO’s te versterken middels de overname van gedeeltes van het Europees acquis (het geheel van wet- en regelgeving, MA).

 

De politieke en culturele belangen van Nederland liggen hem in het feit dat het Koninkrijk een positie biedt als brug tussen Europa en Latijns-Amerika die niet alleen economische en handelsmogelijkheden biedt, maar ook een dimensie toevoegt aan de Nederlandse positie in de wereld: economische krachten verschuiven, energie en grondstoffen zijn schaars en economische centra in de wereld gaan zich steeds meer verweven. Ook cultureel geeft de positie van het Koninkrijk – als brug tussen Europese en Zuid-Amerikaanse culturen – Nederland een bijzondere positie. Deze positie krijgt echter vaak negatieve publiciteit door de problematiek van bepaalde groepen Antilliaanse jongeren in Nederlandse steden, schrijft de Minister, maar het wangedrag van deze jongeren mag het beeld van het Koninkrijk niet bepalen. “Dat doet ook geen recht aan de bijdrage van leden van de Antilliaanse gemeenschap aan het culturele en maatschappelijk leven in Nederland”.

 

Arikok-akkoord: samenwerking drie Caribische landen

De Minister refereert in “De toekomst van het Koninkrijk” naar het Arikok-akkoord, dat in december 2010 is afgesloten tussen de Ministers-presidenten van Aruba, Curacao en Sint-Maarten. Afgesproken werd om commissies in het leven te roepen die zich zullen buigen over de huidige samenwerkingsregels en de gebieden waarop de landen samenwerking zoeken. Aruba heeft in december 2010 een Visie van de Arubaanse regering op het Koninkrijk opgesteld, waarin zij aangeven het Koninkrijk te zien als het groter verband waarin de partners elkaar in deze wereld versterken. Het gezamenlijk uitoefenen van autonomie betekent hierbij “een meer effectieve autonomie”. Aruba wil investeren in het Koninkrijk en de Europese Unie, zo schrijft de minister.

 

Belangen bestaan al; last van slavernijverleden maakt Koninkrijk niet hechter

Volgens de minister bestaan de geschetste belangen al langer. De minister somt een aantal redenen op waarom het Koninkrijk niet is verankerd is de hoofden en harten van politiek en bevolking: de verscheidenheid in samenleving, de last van het verleden, de wisselvalligheid van de politiek, de deugdelijkheid van bestuur, de kosten van samenwerking en de wederzijdse beeldvorming. Voor een visie van het kabinet op het Koninkrijk moeten deze factoren onder ogen worden gezien om deze uiteindelijk te ontkrachten. De relatie van Nederland met ieder van de eilanden is belast door de slavernij en het koloniale verleden. Dat is steeds van invloed gebleken op de onderlinge verhoudingen, schrijft de minister. De Koninkrijksverhoudingen worden ook gecompliceerd doordat de Landen op voet van gelijkheid zijn geplaatst, terwijl in werkelijkheid sprake is van ongelijkwichtigheid’; de “scheefheid in de reële verhoudingen belast de politieke verhoudingen”. Onzekerheid over de stabiliteit van de betrekkingen tasten het vertrouwen aan dat nodig is voor investeringen. Het regelmatig benadrukken van de “exit-optie” die de Caribische Landen hebben draagt volgens de minister niet bij aan een gevoel van duurzame zekerheid. Randvoorwaarde voor samenwerking is “politieke stabiliteit in de waardering van de onderlinge betrekkingen”.  Andere randvoorwaarden liggen op het terrein van goed bestuur en rechtszekerheid, concordantie en eenvormigheid van wetgeving, stabiele economie, beeldvorming en taal en gelijkwaardige relatie en vertrouwen. “Door de bescherming en bevordering van de culturele identiteit van de bewoners van de Caribische delen van het Koninkrijk en door samenwerking op dit terrein met landen in de Caribische regio kan een bijdrage worden geleverd aan de emancipatie van Caribische Nederlanders.” 

 

“Succes maken van BES. Tweede Kamer moet aandacht hebben voor BES”

Met betrekking tot Bonaire, Sint-Eustatius en Saba is de inzet van de Nederlandse regering om van de Caribische delen van Nederland een ‘succes’ te maken (p15). Voorzien moet worden in bestuur, wetgeving en beleid die recht doet aan de eigenheid van de samenleving op de eilanden. De komende vijf jaar wordt geëxperimenteerd met wetgeving die beantwoordt aan de eisen van eenheid en gelijkheid binnen het land Nederland en die daarnaast recht doet aan de onderscheiden maatschappelijke werkelijkheid in Europa en de Caraïben.

 

De Minister attendeert erop dat vanwege de afstand en geringe omvang van de drie BES-eilanden de aandacht voor deze eilanden bij de Staten-Generaal kan verdwijnen. Hij roept de Eerste en Tweede Kamer op om afstemming binnen en tussen de fracties te verzekeren zodat de bevolking en het bestuur van de eilanden voldoende aandacht krijgen voor hun vragen. Het kabinet zal actief ingaan op de geconstateerde knelpunten op de eilanden (zie de Voortgangsrapportage van de Rijkscommissaris, 2011) en waar mogelijk aanpassingen realiseren. “Daartoe is vooral ook van belang om de ontwikkeling van de eilanden op sociaal-economisch terrein te bezien en aan de orde te stellen of dat een verantwoorde ontwikkeling is.”

 

Samenwerking veronderstelt de bereidheid van meer Landen intensief te gaan verkennen op welke gebieden die samenwerking het best kan worden gerealiseerd.

 

De meest bepalende succesfactor volgens de minister is de bereidheid en vertrouwen om anders met elkaar om te gaan. “De toekomstige samenwerking mag niet op dezelfde leest zijn geschoeid als de huidige op basis van het samenwerkingsbeleid dat thans wordt afgebouwd”. De belangrijkste parameter die bepalend is of samenwerking gerealiseerd kan worden of niet is de politieke wil tot samenwerking.

 

De Minister eindigt met: “Het Koninkrijk heeft een toekomst. Immers, het Koninkrijk is er, het bestaat en zal voortbestaan. (…) Uitgangspunt in deze notitie is dat het Koninkrijk vooral een toekomst heeft als ieder van de samenstellende delen er belang aan hecht, en door samenwerking wederzijdse belangen worden behartigd. (…)”. Vereist is de bewustwording van ieder van de samenstellende delen dat het een belang heeft bij een toekomst van het Koninkrijk.

 

Eind 2011 wordt een Koninkrijksconferentie georganiseerd over het identificeren van wederzijdse belangen en de vraag hoe de landen van het Koninkrijk kunnen samenwerken ter verwezenlijking van deze wederzijdse belangen.

 

De notitie De toekomst van het Koninkrijk (15 juli 2011) is te downloaden via: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2011/07/15/notitie-de-toekomst-van-het-koninkrijk.htmlhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/notas/2011/07/15/notitie-de-toekomst-van-het-koninkrijk.html

 

 

Bron: OCaN redactie.