Examen inburgering buitenland discriminerend
maandag 16 juni 2008 22:04
Nieuws
SMN steunt conclusies en aanbevelingen Human Rights Watch
PERSBERICHT
Het SMN steunt de aanbeveling van Human Rights Watch dat Nederland het inburgeringsexamen buitenland moet afschaffen omdat het zich op discriminerende wijze richt op alleen migranten van bepaalde nationaliteiten. Met name mensen van Marokkaanse en Turkse origine worden hierdoor getroffen. Het SMN zal minister Vogelaar vragen om het rapport van Human Rights Watch te betrekken bij de aanstaande evaluatie van de Wet Inburgering Buitenland en te agenderen voor het Landelijk Overleg Minderheden.
De aanbeveling van de gerenommeerde internationale mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch om de Wet Inburgering Buitenland af te schaffen maakt deel uit van haar rapport 'Discriminatie in de naam van integratie, migrantenrechten onder de Wet Inburgering in het buitenland' dat vandaag is gepresenteerd. Het rapport is gebaseerd op een onafhankelijke analyse van de Wet Inburgering Buitenland. Voor het rapport werd ook gesproken met verschillende (minderheden)organisaties. Het SMN was daar één van.
Human Rights Watch (HRW) stelt terecht dat het in 2006 ingevoerde verplichte examen inburgering in het buitenland discrimineert op basis van nationaliteit en etniciteit en daarmee strijdig is met verschillende internationale verdragen. In de eerste plaats omdat de verplichting alleen geldt voor onderdanen van bepaalde landen. Inwoners van 'westerse landen' hoeven het examen niet af te leggen. In de tweede plaats omdat de verplichting in de praktijk met name is gericht op Marokkanen en Turken. HRW stelt terecht dat het op zich legitieme doel van een betere integratie niet kan worden gerealiseerd met een examen dat alleen voor bepaalde groepen geldt. Er is ook geen objectieve rechtvaardiging voor het verschil in behandeling. Er is geen bewijs voor de stelling dat het ontwikkelingsniveau van een land een betrouwbare indicator is voor de vaardigheden of wil van een potentiële individuele migrant om te integreren. Een Japanner integreert niet makkelijker dan een Marokkaan, aldus het rapport.
Bovendien wijst HRW erop dat het examen Inburgering Buitenland in combinatie met de toegenomen financiële eisen voor gezinshereniging en -vorming bijdraagt aan de indirecte discriminatie van Marokkaanse en Turkse migranten. De oververtegenwoordiging van deze groepen in werkloosheid, lage lonen banen en lage inkomens maakt het voor hen relatief heel moeilijk aan de financiële vereisten te voldoen. Daarmee is er ook sprake van aantasting van het recht op gezinsleven.
Het SMN steunt ook de conclusie van HRW dat het examen Inburgering Buitenland geen bijdrage levert aan integratie. Door toelating tot Nederland te vertragen, vertraagt de overheid ook het integratieproces van gezinsleden van in Nederland verblijvende migranten. Bovendien wordt de indruk gewekt dat gezinsleden van migranten - en daarmee zij zelf - in Nederland niet welkom zijn.
Het SMN sluit zich dan ook aan bij de aanbevelingen van Human Rights Watch om het examen Inburgering Buitenland af te schaffen en de inkomensvereisten voor gezinshereniging en -vorming te verlagen. De conclusies en aanbevelingen van het rapport komen ook overeen met het commentaar van het SMN en andere minderhedenorganisaties in het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) bij de bespreking van het wetsontwerp Wet Inburgering Buitenland in 2005.
Het SMN zal minister Vogelaar vragen om het rapport van Human Rights Watch te betrekken bij de aanstaande evaluatie van de Wet Inburgering Buitenland en te agenderen voor het Landelijk Overleg Minderheden.
