Rapportage aanpak Antilliaans-Nederlandse risicojongeren 2011 naar Tweede Kamer

Nieuws

Jongeren_in_Amsterdam-Zuidoost

Minister Donner van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft op 26 oktober jongstleden de jaarlijkse rapportages voor de aanpak van Marokkaans- en Antilliaans-Nederlandse risicojongeren naar de Tweede Kamer gestuurd. Zichtbare vooruitgang op basis van de cijfers was in deze rapportages over het eerste jaar nog niet te verwachten. Veel maatregelen zijn in 2010 ingevoerd en kunnen nog nauwelijks in de resultaten tot uitdrukking komen. De rapportages geven een beeld van voortijdig schoolverlaten in het schooljaar 2009-2010, werkloosheid en uitkeringsgegevens van 1 januari 2010 en verdachtenregistratie over heel 2010.

Op het punt van bestrijding van overlast zien gemeenten positieve veranderingen. Dat blijkt uit een inventarisatie van het gemeentelijk samenwerkingsverband Marokkaans-Nederlandse risicojongeren die de inspanningen en resultaten in de betrokken gemeenten in beeld brengt. De betrokken gemeenten geven aan vertrouwen te hebben in de aanpak gelet op de positieve ervaringen tot nu toe. Ze zijn bereid te blijven investeren in de aanpak en gaan onderdelen daarvan opnemen in hun reguliere beleid. Ook willen de gemeenten hun onderlinge samenwerking en kennisuitwisseling voortzetten.

Met de gemeenten in zowel het samenwerkingsverband Marokkaans-Nederlandse risicojongeren als de Antilliaans-Nederlandse risicojongeren voert minister Donner overleg over de wijze waarop de aanpak van de problematiek deel gaat uitmaken van het reguliere beleid.

Gemeenten en rijk werken sinds 2009 samen in de aanpak van risicojongeren van Marokkaanse afkomst. Voor de aanpak van Antilliaans-Nederlandse risicojongeren loopt de samenwerking al vanaf 2005. De betrokken gemeenten ontvangen zoals eerder aangegeven tot eind 2012 geld voor de extra aanpak. Daarna stopt deze specifieke subsidie conform de afspraak in de Integratiebrief. Doel is dat de aanpak opgaat in het generieke beleid van gemeenten waarbij afkomst geen rol speelt.

Risbo

Nuance van cijfers: sociaal-economische uitgangspunten migranten minder gunstig; algemene verklaringen voor oververtegenwoordiging verdachtenregistraties

De onderzoekers van RISBO (Erasmus Universiteit) schrijven in hun inleiding: "Interpretatie van de cijfers vergt echter enige nuance. Zo moet gerealiseerd worden dat de sociaal economische uitgangspositie van Antilliaanse (en andere niet-westerse) migranten en hun kinderen vaak minder gunstig is dan die van westerse migranten en autochtonen. In combinatie met verschillen in de gezinssituatie, opvoeding en taalbeheersing van de ouders kan dit er voor zorgen dat Antilliaanse kinderen ten opzichte van autochtone kinderen met een achterstand in het basisonderwijs instromen en hier ook in het vervolg van de schoolloopbaan hinder van ondervinden. Ook voor de oververtegenwoordiging van Antilliaanse Nederlanders in de verdachtenregistraties worden in dit rapport geen verklaringen geboden. In diverse onderzoeken is echter aangetoond dat voor criminaliteit onder etnische minderheden (groten)deels algemene verklaringen van toepassing zijn.1 Zo zijn zowel voor Antilliaanse als voor autochtone Nederlanders sociaaleconomische factoren, opvoeding en gebrek aan sociale controle belangrijke verklarende factoren voor crimineel gedrag. Doordat deze factoren vaker voorkomen bij Antilliaanse dan bij autochtone Nederlanders, komt ook crimineel gedrag bij deze groep vaker voor. Kortom het voorliggende rapport laat alleen de cijfers zien maar gaat niet in op mogelijke interpretaties en verklaringen van de resultaten." (p5-6).

De rapportage Antilliaans-Nederlanders 2011 (RISBO) is te downloaden via: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inburgering/documenten-en-publicaties/rapporten/2011/10/26/bijlage-2-antilliaanse-nederlanders-2011.html.

Zie voor het persbericht: http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/inburgering/nieuws/2011/10/26/jaarlijkse-rapportages-aanpak-risicojongeren-naar-tweede-kamer.html.

Bron: OCaN-redactie.