Sociale Alliantie: crisis ombuigen in kansen
dinsdag 28 juni 2011 14:33
Nieuws
Het sociale stelsel betaalbaar houden met vernieuwing, niet met bezuiniging!
Het sociale stelsel staat zwaar onder bezuinigingsdruk. De beeldvorming over mensen met een uitkering is erg negatief. Wegduiken en zien te overwinteren…
Dat lijkt het parool te worden voor de komende jaren. Daar kan de anti-armoedebeweging zich niet in vinden. Verzet en verweer liggen meer in haar aard. De benarde situatie van mensen dwingt de anti-armoedebeweging in eerste instantie ook deze koers te kiezen. Mogelijk zijn er kansen om het tij te keren of te temperen. Dergelijke kansen kunnen worden verkend en aangegrepen. De beweging heeft een rijke geschiedenis van verzet en verweer. Tegelijkertijd moet er daarnaast nagedacht worden over en gewerkt worden aan een andere strategie: mensen mogelijkheden aanreiken om crises om te buigen in kansen.
Samenvatting
Mensen met de laagste inkomens worden steeds verder de hoek ingeduwd waar de klappen vallen: de grootste gevolgen van de financiële crisis worden uiteindelijk afgewenteld op de mensen met de smalste schouders; steeds meer mensen worden onder de werking van een vermagerde bijstandswet geschoven. Gemeenten krijgen meer taken op het terrein van werk, inkomen en zorg. Ze mogen/moeten deze uitvoeren met minder geld. Kortom, het sociale klimaat in Nederland wordt koud en kil.
Organisaties die deelnemen in de Sociale Alliantie proberen eerst en vooral de verslechteringen af te zwakken of helemaal tegen te houden. Dat gebeurt op landelijk vlak. Daarnaast kan de anti-armoedebeweging ook op lokaal niveau verweer bieden. Dat kan met name door aan de bel te trekken bij de gemeenteraad die moet beslissen waar wel en waar niet bezuinigd kan worden. Houdt de raad de minimavoorzieningen overeind of worden deze geschrapt?
Naast verzet en verweer staat de anti-armoedebeweging voor de uitdaging om nieuwe wegen te verkennen en om crises om te buigen naar kansen. Met het opvoeren van de druk op uitkeringsgerechtigden om mee te doen en eigen verantwoordelijkheid te nemen, legt de samenleving zichzelf een mogelijk nog zwaardere druk op: ze moet ervoor zorgen dat er concrete en reële mogelijkheden zijn om mee te kùnnen doen.
Nieuwe kansen creëren vraagt anders denken en doen. Dat wordt gevraagd van uitkeringsgerechtigden én van de samenleving als geheel. Samen kunnen zij ervoor zorgen dat het sociaal stelsel op peil blijft en toch betaalbaar is. Niet door te bezuinigen, maar door te vernieuwen!
Zwaar weer
In de samenleving doet zich een aantal ontwikkelingen voor die erop wijzen dat de voorzieningen van de verzorgingsstaat onder druk staan en dat allen die ervan gebruik (moeten) maken in zwaar weer terecht komen. Door het beleid van zowel de landelijke als de lokale overheid krijgen vooral de minima de komende jaren te maken met aanmerkelijke inkomensverliezen.
a. Financiële crisis wordt naar burgers doorgeschoven
Wereldwijd en met name in USA (Noord-Amerika) en EU (Europa) doet zich een financiële crisis voor. De banken hebben deze naar de overheden geschoven en de overheden schuiven de crisis door naar hun burgers. Zeker in Nederland worden de mensen met de smalste schouders vooraan in de opvanglinie gezet.
b. Meer mensen komen onder een uitgeklede WWB te vallen
De huidige WWB (Wet werk en bijstand) wordt op enkele onderdelen versoberd: niveau van uitkering gaat in 20 jaarstappen met 14% omlaag; afschaffing van bijstand voor inwonenden en invoering van de toets op het huishoudinkomen i.p.v. toets op partnerinkomen; beperking minimabeleid; wettelijke plicht tot tegenprestatie naar vermogen. Vervolgens worden veel meer groepen dan nu het geval is via een nieuwe meer integrale wet (Wet Werken naar Vermogen, WWNV) onder de werking van deze vermagerde WWB gebracht. Dat geldt met name voor het merendeel van de Wajongers en Wsw’ers. Dat is de grote lijn. Daar komen vanuit andere terreinen nog enkele ingrijpende maatregelen bij: afbouw van zorgtoeslag; verlaging van de huurtoeslag.
c. Gemeenten krijgen meer taken die ze mogen uitvoeren met minder geld
De verantwoordelijkheid voor het sociale stelsel wordt steeds meer naar het lokale vlak geschoven. Dat geldt niet alleen voor de voorzieningen op het terrein van werk en inkomen, maar ook voor voorzieningen op het terrein van de zorg. Delen van de AWBZ (Algemeen Wet Bijzondere Ziektekosten) worden naar de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) geschoven en worden niet langer door het rijk maar door de gemeenten gefinancierd. Daarnaast krijgen de gemeenten de verantwoordelijkheid voor de jeugdzorg, die nu nog grotendeels op het bord van de provincies ligt.
d. Het sociale klimaat in Nederland wordt kil
Met als kernbegrip ‘eigen verantwoordelijkheid’ voltrekt zich een klimaatverandering in Nederland en omringende landen: woordgebruik en toonhoogte suggereren misbruik in de sociale zekerheid en roepen het beeld op dat in de bijstand meer niet-willers zitten dan niet-kunners. Het gebruik van het woord ‘eigen’ ontneemt het woord ‘verantwoordelijkheid’ zijn sociale karakter. Mensen wordt op dwingende toon te verstaan gegeven dat ze hun verantwoordelijkheid moeten nemen om mee te doen aan de samenleving zonder de samenleving aan te spreken op de daarbij horende andere kant van de medaille: zorg voor reële mogelijkheden die àlle mensen in staat stellen om hun eigen verantwoordelijkheid te kùnnen nemen. Met het teloor gaan van de sociale inhoud van begrippen als ‘verantwoordelijkheid’ verzwakt de kern van het huidige sociale bestel, te weten het temperen van de autonome werking van de markt en het socialiseren van welvaart én risico’s. Solidariteit wordt als het ware een verdacht begrip, omdat het mensen afhoudt van het nemen van eigen initiatief om voor hun individuele bestaanszekerheid te zorgen.
Het tij keren
Landelijke organisaties die deelnemen in de Sociale Alliantie spannen zich in om op landelijk niveau veranderingen te bewerkstelligen en verslechteringen te temperen of tegen te houden. Daarvan geven we enkele voorbeelden. Omdat steeds meer sociaal beleid een lokale aangelegenheid wordt, is het zaak dat lokale groepen zich ook afvragen wat zij kunnen doen om het tij te keren. We geven enkele suggesties.
a. Acties van landelijke organisaties om het tij te keren
Door diverse organisaties wordt langs formele en informele wegen maatschappelijke en politieke druk uitgeoefend op landelijke spelers (ministeries, VNG, politieke partijen, Kamerleden) om de plannen rond de zogenoemde ‘onderkant van de arbeidsmarkt’ uit te stellen en nog eens kritisch tegen het licht te houden. Enkele voorbeelden hiervan:
FNV bereidt een bijeenkomst voor om aandacht te vragen voor de plannen rond de Wajong (31 mei FNV Wajong-dag Malieveld Den Haag)
CG-raad vraagt samen met CNV, FNV en MHP bij het kabinet aandacht voor stapelingseffecten en doet samen met Nibud onderzoek naar de gevolgen van de bezuinigingsvoorstellen voor een aantal huishoudtypen. Andere organisaties, waaronder de vakbeweging en de organisaties van minderheden, gaan deel-nemen aan dit onderzoek.
Het Landelijk Overleg Cliëntenraden Sociale Zekerheid en de Arme Kant van Nederland/EVA willen via feitelijke verhalen van mensen concreet laten zien wat de bezuinigingsvoorstellen daadwerkelijk betekenen voor mensen (een serie ervaringsverhalen over hoe de bezuinigingen uitwerken).
Het Landelijk Overleg Minderheden overweegt om op soortgelijke wijze de ervaringen van migranten(ouderen) te verwoorden.
De Sociale Alliantie organiseert in het najaar 5 Alliantiedagen om achterban te informeren over de impact van de bezuinigingsvoorstellen.
b. Ook lokale groepen kunnen iets doen om het tij te keren
Gemeenten worden de komende jaren flink gekort door het Rijk. Allerlei taken worden doorgeschoven naar het lokale vlak. Dat vinden gemeenten over het algemeen fijn, mits ze voldoende geld krijgen om deze taken uit te voeren. Gevreesd wordt dat daarvan dit keer geen sprake is. Er zal meer moeten gebeuren met minder geld. Bezuinigen en nog eens bezuinigen is daarom de kernboodschap die momenteel doorklinkt in de meeste voorjaarsnota’s/kadernota’s. Deze moet worden vastgesteld door de gemeenteraad en daarmee zijn de kaders gegeven voor het opstellen van de begroting voor 2012 en verdere jaren. Het is derhalve van groot belang wat in deze kadernota staat of blijft staan. Hoogste tijd voor lokale anti-armoedegroepen om hierover in het geweer te komen. Een aantal suggesties.
Stel je op de hoogte van de stand van zaken wat betreft de kadernota. Is deze al opgesteld door het college? Ligt die nu bij de raad en zijn er inspraakmogelijkheden? Je kunt de griffier van de gemeenteraad bellen en hem/haar deze vragen voorleggen en dan tevens vragen om een exemplaar van de kadernota. Deze staat vaak ook op internet als het college ze opgesteld heeft.
Neem kennis van de inhoud van de kadernota. In sommige gemeenten is de kadernota erg algemeen en wordt de invulling pas gegeven in de begroting die in het najaar in de gemeenteraad besproken wordt. In andere gemeenten bevat de kadernota reeds duidelijk omschreven plannen en voorstellen. In sommige gemeenten wordt bij de bezuinigingen vermeld dat kwetsbare groepen worden ontzien en dat er weinig tot niets bezuinigd wordt op WMO en WWB. In andere gemeenten worden ook op deze terreinen ingrijpende bezuinigingen ingeboekt. Kijk hoe het college in jouw gemeente zich opstelt en probeer ook een vergelijking te maken met vergelijkbare gemeenten in de omgeving.
Neem contact op met politieke partijen in de gemeenteraad en stel ze op de hoogte van jullie bevindingen. Alle gemeenten en dus ook alle fracties in de gemeenteraden worstelen met de opdracht om te komen tot een sluitende begroting voor 2012. Als er tekorten dreigen moeten die worden opgevangen. Dat kan door efficiënter en effectiever werken, door bezuinigingen en door lastenverzwaring. De meeste gemeenten zullen met efficiency beginnen en lastenverzwaring zal op de allerlaatste plaats komen, want burgers houden daar doorgaans niet van. Als er gesproken wordt over bezuinigingen op voorzieningen voor de minima, kan het geen kwaad de fracties erop te wijzen dat dergelijke bezuinigingen thuis horen in de categorie van de lastenverzwaring. Door minimavoorzieningen te schrappen of te verlagen haal je direct geld uit de portemonnee van mensen. Afhankelijk van de voorstellen zal dat een bepaald percentage van het inkomen zijn. Als de gemeente vindt dat ze de lasten van de minst draagkrachtige burgers met dat percentage kan verhogen, zou minimaal eenzelfde percentage kunnen gelden voor alle burgers! Die overweging zou aan gemeenteraadsleden meegegeven kunnen worden. Om die boodschap kracht bij te zetten zou een aantal mensen die getroffen worden door de voorgenomen bezuinigingen kunnen vertellen welke impact dit heeft op hun dagelijkse leven.
Neem contact op met de lokale media (lokale bladen, radio, tv) om je mening naar buiten te brengen. Verstrek feitelijke informatie over aangekondigde maatregelen en over de gevolgen daarvan voor mensen. Vermijd beschuldigingen en kwetsend woordgebruik. Dat doet alleen maar afbreuk aan de zaak.
Enige spoed is geboden. In veel gemeenten hebben de colleges de kadernota reeds aangeboden aan de gemeenteraad. Deze moet de komende weken daarover zijn oordeel geven. In de regel biedt een gemeenteraad inspraakmogelijkheden voor de burgers. Een lokale groep kan daarvan gebruik maken.
c. Valse beeldvorming recht zetten met feiten en concrete ervaringen
Beeldvorming is en blijft heel belangrijk. Probeer valse of eenzijdige beeldvorming niet te overschreeuwen, maar te corrigeren met feiten. Als er gesproken wordt over misbruik, hoeft dat niet te worden ontkend of gebagatelliseerd. Ook het wijzen naar mogelijk misbruik in andere sectoren, is niet de beste verdediging. Geef aan dat misbruik in de sociale sector aangepakt moet worden en in de meeste gemeenten ook aangepakt wordt. Geef ook aan dat het niet terecht is om misbruik te generaliseren en een hele groep mensen daarmee in een kwaad daglicht te plaatsen.
Crises ombuigen in kansen
Vanwege de voorgestelde omvang van de bezuinigingen en de wijze waarop men deze denkt uit te voeren staan essentiële collectieve voorzieningen onder druk en wordt het rechtvaardig evenwicht in de verdeling van inkomens en lasten steeds meer verstoord. Verzet en verweer hiertegen zijn nodig. Dat is echter niet genoeg. De anti-armoedebeweging is ook bereid en in staat om nieuwe wegen te verkennen en crises om te zetten in kansen. We laten ons daarbij inspireren door voorbeelden uit het bedrijfsleven. We pakken de uitdaging op om een tegenprestatie te leveren voor een uitkering en we maken van zorgvragers zorgaanbieders. We doen enkele suggesties over deze omslagen en geven aan wat de anti-armoedebeweging daarvoor moet doen.
a. Een inspirerend voorbeeld uit het bedrijfsleven
Een klein handwerkersbedrijf waar barometers worden vervaardigd krijgt in 2007 te maken met een EU-maatregel die het gebruik van kwik verbiedt. Daardoor komt het bedrijf in een crisis. Een aantal soortgelijke bedrijven in Europa zijn gedwongen de deuren te sluiten. Dit bedrijf gebruikt zijn kennis en kunde om een nieuw soort barometer te ontwikkelen die nog veel nauwkeuriger werkt dan de vertrouwde kwikbarometer. Het bedrijf dat op kiepen stond heeft nu weer toekomst. Dank zij een ondernemer die een crisis wist om te zetten in een kans.
b. Verplichting om tegenprestatie te leveren werkt naar twee kanten
Mensen die een uitkering krijgen moeten daar iets voor terug doen, ze moeten een tegenprestatie leveren. Dat is een opvatting die op veel hoeken van de straat al vaak te horen is. De staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Paul de Krom, heeft in de Tweede Kamer aangekondigd dat hij met wetgeving komt om het leveren van een tegenprestatie af te dwingen. Als het aan De Krom ligt krijgen gemeenten het recht om mensen in te schakelen voor maatschappelijk nuttige activiteiten: “Als een gemeente ergens handjes en voetjes nodig heeft, als er een klus van korte duur moet worden geklaard, geven wij die gemeente de vrijheid om een beroep te doen op de bijstandsgerechtigden om de gemeente daarbij te helpen.” Het opleggen van zo’n verplichting doet een beroep op de groep uitkeringsgerechtigden en op de samenleving als geheel.
In de WWB is al bepaald dat uitkeringsgerechtigden hun best moeten doen om aan de slag te komen, om zelf in hun bestaanszekerheid te voorzien. Die plicht wordt met de regelmaat van de klok opnieuw onder de aandacht van uitkeringsgerechtigden gebracht. Dat gebeurt vooral door partijen die pleiten voor een strengere uitvoering van de bijstand. Door veel gemeenten wordt het ook op verschillende wijzen in praktijk gebracht. Van uitkeringsgerechtigden wordt verwacht of geëist dat ze zich actief opstellen, werk zoeken, zich scholen. Dat kan nu al via de verplichting om met behoud van uitkering bepaalde maatschappelijke taken uit te voeren. Deze verplichting moet tot nu toe in het teken staan van concrete toeleiding naar betaalde arbeid. Dat doel blijft overeind, maar wordt mogelijk nu wat meer losgekoppeld van de te leveren tegenprestatie. Dat loskoppelen roept vragen op, maar voor de kern van de boodschap bestaat groot draagvlak in de samenleving: van uitkeringsgerechtigden wordt verwacht dat ze iets (terug)doen voor hun uitkering.
Het leveren van een tegenprestatie legt een nog dwingender plicht op aan de samenleving: er zullen werkplekken moeten zijn waar mensen ook daadwerkelijk in staat gesteld worden om een bijdrage te leveren. Tegen anderen roepen dat ze een tegenprestatie moeten leveren, houdt tegelijk in dat je zelf bereid moet zijn om deze mensen daartoe de ruimte te bieden. Het economische spel zal zo ingericht en geregeld moeten worden dat er ook meespeelmogelijkheden zijn voor mensen die geen winnaar zijn en nooit een topprestaties zullen leveren, maar die wél graag mee willen spelen. Er zal gespeeld moeten worden met twee keepers in het doel, twee rechts- of linksbuitens en mogelijk nog enkele spelers extra op het middenveld. Vooral de ‘normale’ spelers zullen daarvoor getraind en begeleid moeten worden. Clubs zullen dan waarschijnlijk niet meer spelen in de Champions League, maar het spel zal minder hard zijn en leuker om te spelen. De winst in geld zal lager zijn, maar de winst op andere terreinen – sociaal en persoonlijk geluk – zal stijgen.
c. Solidariteit neem individuele vorm aan die mensen activeert
Veel hulp die geboden wordt is professionele hulp. De stemmen worden echter steeds luider dat de professionele hulp aangevuld of vervangen kan worden door hulp van vrijwilligers, van familie of buurtgenoten. Buurtbesef en nabuurschap roepen beelden op van vroeger tijden. In de moderne samenleving is veel van deze lokale samenhang verdwenen. Dat is in veel gevallen inderdaad zo. Maar de medemenselijkheid en solidariteit zijn niet verdwenen. Ze hebben echter een meer individuele vorm aangenomen. Onderlinge hulp wordt verleend vanuit persoonlijke inzet en persoonlijke relaties. Dat gebeurt tussen armen en niet-armen. Denk bijvoorbeeld aan maatjesprojecten. Het gebeurt ook tussen armen onderling. Vanuit die individuele inzet kunnen armen en niet-armen in onderlinge dialoog nieuwe vormen van sociale levenskracht bouwen. Ook in het bieden van hulp aan ‘mensen die er door heen vallen’ wordt niet over armen gedacht als niet-kunners, als verliezers. Zeker in een maatschappij waarin winnen belangrijk is, drukt dat beeld een negatieve stempel op mensen. Armen nemen dat beeld vaak over en gaan zichzelf als verliezer beschouwen en soms ook gedragen. Niet-armen kunnen dat beeld doorbreken door armen juist aan te spreken op hetgeen ze wél kunnen, op hun kracht. Niet om ze vervolgens geen steun en hulp te geven, maar om de gegeven steun en hulp aan te laten sluiten op de eigen mogelijkheden van mensen.
d. Zorgvragers ontwikkelen zich tot zorgaanbieders
Het benadrukken van de plicht om een tegenprestatie te leveren stimuleert uitvoerders en uitkeringsgerechtigden om uit te gaan van wat mensen wèl kunnen in plaats van wat ze niet kunnen. Dat kunnen werkzaamheden zijn in het bedrijfsleven, maar die werkzaamheden moeten dan wel passen bij de aanwezige vermogens van betrokken mensen. Het kunnen ook werkzaamheden zijn waaraan de samenleving behoefte heeft: zorg voor ouderen, het tegen gaan van vereenzaming, het opvangen van kinderen, het schoon houden van de wijk, het bij elkaar vegen van bladeren en het ruimen van sneeuw. Dat kunnen normale CAO-banen zijn onder leiding en begeleiding van buurtbewoners die vanuit de gemeenschap denken en doen in plaats vanuit hun eigen omheinde tuintje. Mensen die zich nu opstellen als zorgvragers en vaak ook (uitsluitend) benaderd worden als zorgvragers, kunnen zich vanuit deze invalshoek ontwikkelen tot zorgaanbieders. Dat is goed voor de eigenwaarde van mensen en het is goed voor hun omgeving. Daar hebben we geen nieuwe wetgeving voor nodig. Daar hebben we een andere tijdgeest voor nodig en een breder begrip van arbeid en economie. Dat alles zit in de lucht. Het is zaak het eruit te plukken en de kansen ervan te grijpen.
Gewoon doen!
Crises ombuigen in kansen is erop gericht dat mensen met enigerlei (arbeids)handicap gewoon mee doen in allerlei vormen van arbeid: fabriek, kantoor, vrijwilligerswerk, buurtwerk. Ze werken samen met mensen die daar al werkzaam zijn (betaald of onbetaald) en die deze mensen met een handicap opnemen in hun team en hen een plek bieden om mee te doen. Dat vraagt geloof en inzet van uitkeringsgerechtigden en hun vertegenwoordigers, van medeburgers, van maatschappelijke organisaties en van overheden. Dat vraagt anders denken en bovenal: gewoon anders doen!
a. Meer wij, minder ik
Het bedrijfsleven wordt vaak gezien als de bakermat van de concurrentie. De grenzen van deze invalshoek worden steeds duidelijker: crises dwingt bedrijven tot coöperatie om samen vernieuwingen tot stand te brengen; alleen lukt dat vaak niet. In plaats vanuit ik wordt meer vanuit wij gedacht en gehandeld. Dat biedt perspectief voor het heruitvinden van de sociale waarden van de samenleving. Daarmee komt de belangstelling terug voor het wel en wee van anderen. Het onbarmhartig individualisme is op zijn retour. Er komt weer ruimte voor mensen om de wereld (veraf en dichtbij) vorm te geven door affectieve banden met elkaar aan te gaan. Naast het verstand komt er meer ruimte voor het gevoel, voor het mee-leven, het mee-voelen, het zorgen en bezorgd zijn om anderen.
b. Meer klunen, minder klagen
Schaatsen doe je op ijs. Als het ijs bijvoorbeeld onder bruggen te dun is of helemaal afwezig, moet je over de wal om voorbij deze hindernis te komen. Een goede organisatie zal de schaatsers daarbij helpen: er wordt een looppad van planken en matten aangelegd. Daar kun je met de schaatsen aan de voeten over lopen zonder de ijzers te beschadigen. Dat is de hulp die de organisatie je biedt, maar het lopen, het klunen, moet je zelf doen. In plaats van zich op te sluiten in hun moeilijkheden kunnen uitkeringsgerechtigden zichzelf op het spoor zetten van de mogelijkheden die er nog wel zijn.
c. Meer naar buiten, minder naar binnen
Vertegenwoordigers van uitkeringsgerechtigden hebben de neiging hun focus te richten op het binnengebeuren van sociale dienst of werkplein. Ze richten zich op wet- en regelgeving en op het controleren van de uitvoering. In plaats daarvan zouden ze zich meer naar buiten kunnen richten. De dialoog opzoeken met mensen uit de eigen achterban en met burgers en organisaties in de omgeving van deze achterban. Cliëntenraden kunnen hun functie verbreden en hun rol verbeteren als ze zich ontwikkelen tot cliëntenoverleggen. Dat wil zeggen dat zij niet langer de spreekbuis zijn van cliënten, maar dat ze cliënten bij elkaar roepen en stimuleren hun eigen ervaringen te verwoorden en hun eigen mening te vormen en uit te dragen. Ze staan niet met het gezicht naar overheid en uitvoerders; ze staan met het gezicht naar uitkeringsgerechtigden en hun omgeving. Ze zitten minder met wethouder, beleidsambtenaar of uitvoerder aan tafel; ze zitten vaker bij mensen aan de keukentafel om hen te stimuleren eigen moeilijkheden en mogelijkheden onder ogen te zien.
d. Minder koninkrijken, meer verenigde naties
In een stad, dorp of gemeente zijn meestal tal van organisaties die zich op de een of andere wijze bezig houden met armoedebestrijding in de meest brede zin van het woord. Armoede kent veel aspecten en er zijn tal van groepen die worden gekenmerkt door een of enkele van deze aspecten. Vaak kennen die groepen elkaar niet of onvoldoende. Het kan inspirerend en ondersteunend werken als groepen en organisaties op het brede terrein van de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting een lokale sociale alliantie vormen. In een aantal plaatsen in Nederland is een dergelijke ontwikkeling aan de gang onder de noemer ‘Onze gemeente armoedevrij in 2020!’
e. Minder mijn en dijn, meer samsam
In overheden en grotere organisaties bestaat een haast natuurlijke neiging om vooral oog te hebben voor het eigen werkterrein en dat af te bakenen. Als de luiken dicht gaan/blijven krijgen vernieuwing en creativiteit geen toegang en missen beleid en uitvoering de aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen. Steeds meer terreinen van het overheidsbeleid grijpen in elkaar. Dat geldt niet alleen voor de zogenoemde onderkant van de arbeidsmarkt (WWB/WIJ, WSW, Wajong), maar ook voor individuele en collectieve voorzieningen op het terrein van de WMO, voor recreatie, economie, afvalverwerking. Op al deze terreinen is vernieuwing geboden. Onderlinge samenwerking en uitwisseling bieden kansen, ook voor passende arbeidsmogelijkheden voor mensen met enigerlei beperking.
Opdracht tot vernieuwing
Bij de viering van het tienjarig bestaan van de Sociale Alliantie op 23 september
Versterk de eigen kracht van mensen, in het bijzonder die van armen.
Vertrouw op de nabijheid en betrokkenheid van sociale dienstverleners.
Verbind burgers in nieuwe vormen van solidariteit.
Om deze vernieuwing te bereiken is eerst en vooral inzet en actie nodig van heel de samenleving, van armen en niet-armen, van organisaties, bedrijven en instellingen. Om als burgers en als samenleving deze inzet te kunnen leveren is het nodig dat de overheid adequate collectieve voorzieningen in stand houdt en zorgt voor een rechtvaardige inkomensverdeling en een evenwichtige lastenverdeling. Alleen burgers die gevrijwaard zijn van bestaansonzekerheid zijn in staat om ten volle mee te doen aan de opbouw van een menswaardige en armoedevrije samenleving.
Kortom: Hou het sociale stelsel betaalbaar met vernieuwing, niet met bezuiniging.
Blijf koersen op Nederland Armoedevrij!
Utrecht, 26 mei 2011
de Sociale Alliantie
Raf Janssen (secretaris)
