Warm welkom voor Antilliaanse studenten in Amsterdam
maandag 22 augustus 2011 21:12
Nieuws
17 augustus 2011
Ieder jaar maakt een groep jonge studenten uit de voormalige Antillen de oversteek naar Amsterdam. Een grote stap in hun leven. Bouwen aan hun toekomst, ver van huis. Amsterdam is blij met hun komst. De stad wil dat de jongeren laten weten ook. Daarom nodigt wethouder Andrée van Es de kersverse studenten uit voor een officiële kennismaking met de gemeente Amsterdam.

Rond de klok van half 2 arriveren ze, de eerstejaars studenten. Het zijn er veel. Dit jaar hebben 90 jongeren voor een vervolgstudie in Amsterdam gekozen. Wat schuchter lopen ze de hal van het stadhuis in. Ze worden opgevangen door Monico Sint Jago van Sabana. Na zijn welkomstpraatje splitst de groep zich in tweeën. Sandra en Jennifer, twee bijna afgestuurde studentes, loodsen de groepen door het stadhuis heen. Langs de maquette in de hal en langs de trouwzalen. Door het vergadercentrum van de gemeente Amsterdam. "Kijk, daar is de afdeling bevolking. Handig om te weten. En wisten jullie dat Schiphol de laagstgelegen luchthaven ter wereld is? Het vliegveld ligt een meter onder de zeespiegel." Het is goed te zien op het kunstwerk in de publiekshal van het stadhuis. Amsterdam, gebouwd op palen. De ronde door het stadhuis eindigt in de raadzaal. Daar krijgen de studenten het nodige over de gemeente te horen, over de gemeenteraad, en over politiek.
Klokslag drie uur begint het officiële programma. Dagvoorzitter Tanja Fraai heet iedereen van harte welkom en legt in het kort het programma uit. Daarna is de wethouder aan de beurt. In het voorjaar bezocht zij zelf het eiland Curaçao, samen met de heer Aboutaleb, burgemeester van Rotterdam. Het idee van de ontvangst is toen ontstaan. Een première voor Amsterdam, deze ontvangst. Maar, wat de wethouder betreft, het begin van een goede traditie. Andrée van Es hoopt dat de nieuwe studenten Amsterdam in hun hart zullen sluiten, net zoals zij dat vele jaren geleden heeft gedaan. Ze houdt van de stad om de vele nationaliteiten: het zijn er intussen 183. De wethouder realiseert zich dat de komst naar Amsterdam voor vele jongeren een forse stap is in hun leven. Ineens moeten ze alles zelf doen en er zelf iets van maken, in een onbekende omgeving. Alleen nog maar Nederlands spreken, vaak niet meer het vertrouwde Papiaments, behalve dan misschien onder vrienden. Je moet een hoop doorzettingsvermogen hebben om daar iets van te maken! En dan het Nederlandse klimaat. Een tip van de wethouder? "Zorg dat je straks genoeg geld hebt om een goede winterjas te kopen!"
Hoeveel studenten denken eigenlijk na hun studie terug te gaan naar de voormalige Antillen?
Er gaan wat aarzelende vingers de lucht in. Acht of negen, niet veel meer. Nicole is zeker van haar terugkeer. "Ik ga pedagogiek studeren. Op Bonaire zijn veel alleenstaande gezinnen die mijn advies zeker kunnen gebruiken."
Priscilla is van Aruba en gaat naar de kunstacademie. "Nou, ik ga zeker niet terug! Ik voel me hier thuis. Ik houd van het culturele klimaat hier!"
Sergio uit Sint Maarten wil wel graag terug. Hij gaat accountancy studeren. Zijn vader heeft een bouwbedrijf, hij zal zijn kennis en kunde later zeker kunnen gebruiken. Hij woont nu in Diemen, niet ver van Zuidoost. Even valt de term ghetto als het over Zuidoost gaat. De wethouder grijpt meteen in: "Als je ooit in een echt ghetto bent geweest, noem je Zuidoost nooit meer zo! In de wijk wonen inderdaad veel mensen met een Surinaamse of een Antilliaanse achtergrond. Niet alle bevolkingsgroepen zijn gelijk verspreid over de stad. Daarom heerst er in Zuidoost een beetje de sfeer als in de Cariben. Noem Zuidoost dus nooit meer zo!"
Wie van de aanwezige studenten heeft intussen al een beetje heimwee?
Eigenlijk durft niemand er voor uit te komen. "Heimwee heb ik niet hoor. Maar mijn moeder belt wel iedere dag." Laszio woont in Echtenstein en heeft daar leuke huisgenoten. "We zijn intussen goede vrienden, ik voel me best al thuis." Nog geen van de studenten heeft een fiets aangeschaft. "Ik dacht meer aan een scooter", grapt Laszio.
Amsterdam heeft een hechte samenwerking met het eiland Curaçao. Waarom is dat belangrijk?
Wethouder van Es zegt daar het volgende over: "Die afspraken hebben we al lange tijd geleden gemaakt. Uitwisselingen gebeuren op basis van gelijkwaardigheid. Beide partijen moeten er iets aan hebben. De Amsterdamse GGD heeft verschillende onderzoeken op het eiland gedaan. En Amsterdamse onderzoekers hebben het cultureel erfgoed op het eiland in kaart gebracht. Er wordt veel kennis gedeeld. Maar, hoe maakt Curaçao eigenlijk gebruik van de kennis van studenten die terugkeren na hun studie?" Minister Osepa kan de wethouder geruststellen. Hij heeft recent iemand aangetrokken die zich bezighoudt met hoogopgeleide remigranten. Curaçao ontvangt deze high potentials met open armen!
Minister Abath van Aruba vertelt vervolgens dat er op Aruba intussen een soort dependance van de Rietveldacademie is. Verschillende eilanden werken met incentives, om getalenteerde studenten weer terug naar huis te krijgen. Deze incentives kunnen ongeveer 30% van alle studiekosten bedragen. Heel aantrekkelijk dus.
Wat was nou het eerste dat je opviel in Nederland?
Die beleving blijkt bij iedere student te verschillen. Er wordt van alles geroepen.
"In Nederland is iedereen altijd op tijd."
"Ik heb hier veertien jaar gewoond, dus hoef ik me niet zo erg aan te passen. Het is wel anders, want ik moet nu alles zelf doen. Koken en kleren wassen."
"De kleuren van de gebouwen zijn saai.""
"Ik vind de gebouwen mooi en de cultuur interessant. Alles is hier anders."
"De zebrapaden vielen me meteen op."
"De huizen staan erg dicht op elkaar en veel mensen hebben last van hun buren."
"Toiletten zijn altijd beneden en de slaapkamers boven. Dat vind ik niet logisch!"
"Om 12.00 uur kun je hier niet eten. Dat moet om 18.00 uur. Da's pas raar. Thuis eten we gewoon om 12.00 uur. Je kunt hier natuurlijk wel wat afhalen, maar dat is toch niet hetzelfde."
Worden jullie lid van een studentenclub, of een sportvereniging?
"Nee", zegt Jermaine. "Ik word liever lid van iets van hier. Dan ontmoet ik ook anderen." Sommige studenten denken er over om het wel te doen. Nasim wordt geen lid van een club, hij verdient graag bij in zijn vrije tijd. "Ik ben heel erg goed in haar knippen. Weet me dus allemaal te vinden. Ik kan nog geen meisjes knippen, maar wil dat nog wel leren." Van de aanwezigen zijn er zeker drie klant bij Nasim.
Rein hoopt in zijn vrije tijd in Nederland vooral veel te reizen. "De omliggende landen wil ik graag zien", zegt hij. "Duitsland, België, Frankrijk, eens een weekend naar Parijs."
Nathalie steekt op advies van haar mentoren veel tijd in een intensieve taalcursus Nederlands. Nederlands is haar tweede taal. Veel studenten blijken dit te doen. Wethouder van Es zegt daarop: "Ja, die kans moeten jullie zeker grijpen als je in de gelegenheid bent. De taal is heel erg belangrijk. Voor veel beroepen moet je echt goed Nederlands kunnen spreken. Doen dus!"
Tot slot....
De gevolmachtigd minister van Aruba dankt de wethouder tenslotte voor de bijzondere ontvangst in het Amsterdamse stadhuis. Hij biedt de wethouder een aardige attentie aan. Hoog tijd voor alle aanwezigen om informeel na te praten. En het weer zit mee! Het dakterras van de foyer van de raadzaal is geopend. Bij het verlaten van de raadzaal klinkt muziek van het Antilliaanse muziekensemble Ola Caribense. En de hapjes? Die zijn oer-Nederlands. Soms gaat er niets boven een Hollandse bitterbal.
DMO/Afdeling Communicatie
16 augustus 2011
