Werkloosheidskans hoogst opgeleide allochtonen vergelijkbaar met laagst opgeleide autochtonen

Nieuws

De hoogst opgeleide allochtonen hebben een werkloosheidskans vergelijkbaar met de laagst opgeleide autochtonen. Dat staat in de Arbeidsmarktanalyse 2011 van de Raad van Werk en Inkomen (RWI), die deze zomer is uitgekomen. Allochtonen verkeren in een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. De werkloosheid is gemiddeld drie keer hoger dan onder autochtonen. Opleiding speelt hierbij een rol. Maar ook bezien per opleidingscategorie is de werkloosheid van allochtonen op een beduidend hoger niveau. Goed nieuws is dat het aandeel wetenschappelijk opgeleiden onder allochtonen inmiddels dat van de autochtonen begint te naderen.

 

Schoolverlaters: allochtonen op het MBO studeren verder

Een goede opleiding vergroot uiteraard de perspectieven op de arbeidsmarkt. Een deel van de mbo-geslaagden stroomt niet direct in op de arbeidsmarkt, maar begint aan een vervolgopleiding. Van de doorstroom van mbo-geslaagden uit het diplomajaar 2008/09 is onder meer het volgende beeld te schetsen:

Iets meer dan de helft (53 procent) van de deelnemers met een mbo-diploma op niveau 1 of 2 ging verder leren, veelal op een niveau hoger in het mbo. Het aandeel niet-westerse allochtonen dat doorleerde, was met 60 procent duidelijk hoger dan onder autochtone deelnemers. Net als op de lagere mbo-niveaus studeerde vanuit niveau 3 en 4 meer dan de helft van de niet-westerse allochtonen met een diploma door. Het merendeel van deze groep gaat na niveau 4 naar het hbo; dat ligt duidelijk hoger dan onder de autochtone deelnemers.

RWI: “Arbeidsmarktpositie allochtonen in tijden van crisis zorgwekkend”   

De RWI schrijft verder in zijn Arbeidsmarktanalyse 2011: “Door de omslag in de conjunctuur is in 2009 de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen sterk toegenomen. De werkloosheidsstijging in 2009 is onder de niet-westerse allochtonen aanmerkelijk sterker dan onder beide andere herkomstgroeperingen. Daar staat weer een relatief sterkere werkloosheidsdaling in 2010 tegenover. Maar eind 2010 stijgt de werkloosheid onder niet-westerse allochtonen weer, terwijl die onder de andere herkomstcategorieën daalt. Dit is een zorgwekkend punt. In tijden van economische crisis hebben niet-westerse allochtonen het op de arbeidsmarkt het zwaarst te verduren. Meer niet-westerse allochtonen verliezen hun baan dan autochtonen (en de arbeidsparticipatie neemt af). Het gegeven dat zij meer werken in flexibele contracten en werk hebben in sectoren waar de ontslagen vallen als het economisch slechter gaat, zijn mede debet aan de naar verhouding zwakke positie van niet-westerse allochtonen op de arbeidsmarkt.”

In 2010 was van de niet-westerse allochtone beroepsbevolking 12,6 procent werkloos. De werkloosheidspercentages voor de westerse allochtonen en autochtonen bedroegen 6,5 procent en 4,5 procent. de leeftijdscategorie 15-25 jaar beslaan de percentages voor autochtonen 9,7%, voor westerse allochtonen 13,7% en voor niet-westerse allochtonen 23%.

Zie voor de Arbeidsmarktanalyse 2011 (gepubliceerd op 11 juli 2011), zie: http://www.rwi.nl/CmsData/2011/Arbeidsmarktanalyse_2011_integrale_versie.pdf.


Bron: OCaN redactie.