Antillianen en Arubanen blij met hulp zonder databank
dinsdag 11 november 2008 16:31
De Antilliaanse en Arubaanse gemeenschap is opgetogen over het besluit van de Nederlandse regering af te zien van de Verwijsindex Antillianen (VIA). Voor het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) voelt het besluit als een rechtvaardiging voor haar grootste niet-erkende bezwaar: de VIA stuit op klassieke grond- en mensenrechten.
In die mening werd de Antilliaans-Arubaanse overlegpartner van de rijksoverheid gesteund door het overgrote deel van de Antilliaanse en Arubaanse gemeenschap in Nederland, de regeringen en parlementen van de Nederlandse Antillen, de afzonderlijke eilanden en van Aruba, een deel van de Tweede Kamer, alsmede internationale mensenrechtenorganen en -initiatieven als ECRI (Raad van Europa) en het Open Society Justice Initiative (OSJI). OCaN voerde de afgelopen twee jaar een rechtszaak tegen de VIA namens de achterban.
‘Onvindbaar en ongrijpbaar'
De Antilliaanse databank VIA was bedoeld voor het ‘vinden en binden' van Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren. Deze jongeren zouden ‘onvindbaar en ongrijpbaar' zijn voor hulpverlening en politie. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) had een ontheffing verleend voor het verbod op de registratie van ras in deze databank voor een proefperiode van twee jaar. Als voorwaarde werd gesteld dat de structurele registratie van ras na twee jaar onrechtmatig zou zijn. De ontheffing loopt af op 11 december 2008.
Geen registratie etniciteit in VIR
De Minister schrijft in een brief dd. 10 november 2008 aan de Tweede Kamer dat de algemene Verwijsindex Risicojongeren (VIR) voldoende adequaat is voor hulpverlening aan Antillianen en Arubanen en dat daarom een aparte databank niet noodzakelijk is. Het verheugt ons dat de Minister aangeeft dat ‘registratie op etniciteit in de VIR niet nodig is'. De verwachting is, dat met de gezamenlijke inzet van de Antilliaanse en Nederlandse regering de afgelopen weken tegen de VIA het vertrouwen tussen de ‘Caribische' en ‘Europese' Koninkrijkspartners als gelijkwaardige Nederlanders op alle fronten een bijzonder positieve impuls zal krijgen. Ons inziens is dat de eerste voorwaarde voor een duurzame oplossing van diverse integratiethema's.
Zorgen
Zorgelijk blijft niettemin de criminaliteitsproblematiek onder Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren en de overlast die dat voor de samenleving met zich meebrengt. Eveneens zorgelijk is de blijvende focus op Antillianen en Arubanen van zogeheten ‘stadsmariniers' en speciale rechercheteams. De onaangekondigde huisbezoeken en het hinderlijk volgen, waarbij het etnische profiel de onderscheidende factor is, leidt ons inziens ertoe dat de deur naar de hulpverlening eerder gesloten blijft dan open gaat. In het algemeen dient volgens OCaN de koppeling registratie ‘bijzondere kenmerken' - waaronder ras, nationaliteit, gezondheid en geloof - en repressie definitief losgelaten te worden. Met andere woorden, beoordeling van het individu en het gedrag in plaats van groepen en etniciteiten.
Opvoeding
Een alternatief voor het verlenen van betere hulp en het afglijden naar de criminaliteit is volgens OCaN onder meer: intensieve opvoedingsondersteuning aan kwetsbare gezinnen; reclassering van ex-delinquenten met Antilliaanse ervaringsdeskundige begeleiders; opvang voor kansarme nieuwkomers; toekomstperspectief middels effectief onderwijs en aansluiting op de arbeidsmarkt; en een strategie van bestrijding van armoede en sociale uitsluiting in het Koninkrijk.
Het belangrijkste niettemin is dat de Antilliaanse en Arubaanse ouders verantwoordelijkheid blijven nemen voor het opgroeien van hun kinderen. Met het voorgestelde preventieve beleid van minister Vogelaar voor Integratie worden daarvoor een aantal goede mogelijkheden gecreëerd. De diverse Antilliaans-Arubaanse organisaties op landelijk en gemeentelijk niveau zullen zich onverminderd in moeten blijven zetten voor hulpverlening aan de kansarme groepen en voor een actieve en positieve participatie van hun achterbannen in de samenleving.
Noot voor de redactie
Glenn O. Helberg, voorzitter OCaN: 06-51.96.95.73. OCaN kantoor: 070-380.33.01, www.ocan.nl
Voor bestuursrechterlijke zaken: prof. mr. Peter Nicolai: 020-6705151. Voor internationaal mensenrechtelijke zaken: mr. Maxim Ferschtman (OSJI): 020-77.33.871.
Het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) is de officiële gesprekspartner van de rijksoverheid inzake integratiethema's van Antillianen en Arubanen. OCaN participeert in het Landelijk Overleg Minderheden (LOM), voorgezeten door de Minister voor WWI.
