Antillianen en Arubanen winnen rechtszaak 'rassendatabank'
maandag 13 augustus 2007 00:00
De rechtbank in Den Haag vindt dat een databank van Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren niet kan. Een klacht tegen de zogeheten Verwijsindex Antillianen (VIA) ingediend door het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) werd gegrond verklaard en is hiermee voorlopig van de baan. Voor OCaN betekent dit een overwinning van het gelijkheidsbeginsel volgend uit artikel Ι van de Grondwet.
Om de VIA was vorig jaar gevraagd door de voormalig minister voor Integratie Verdonk en de 21 burgemeesters van de Antillianengemeenten. Met behulp van een speciale databank zouden ‘mobiele en niet-ingeschreven Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren' beter geholpen kunnen worden, maar ook beter vervolgd. De minister en de gemeenten verzochten daartoe om een ontheffing van registratie van ras mogelijk te maken bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP).
OCaN, vertegenwoordiger van Antillianen en Arubanen in Nederland en bijgestaan door bestuursrechtspecialist en advocaat prof. mr. Peter Nicolaï, kwam hiertegen in verweer. Met gegevensuitwisseling uitsluitend gericht op jongeren van Antilliaanse en Arubaanse afkomst wordt een onderscheid gemaakt naar ras en dat is - ook juridisch- onaanvaardbaar, aldus OCaN. De Haagse rechtbank is het hiermee eens. Het middel is volgens de rechter ‘niet passend' en het CPB heeft onterecht ontheffing verleend.
Met name het feit dat het met de VIA om structurele verwerking van rasgegevens gaat en niet om incidentele, neemt de rechtbank hoog op. Het CBP gaat met haar beleid in tegen de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). De rechtbank spreekt in dit geval van een ‘inbreuk op een fundamenteel rechtsbeginsel'. Niet het CBP, maar de wetgever dient een keuze te maken over het al dan niet verwerken van rasgegevens. Gebleken is nog niet dat een eventuele toekomstige algemene Verwijsindex Risicojongeren (VIR) gegevens omtrent ras zal verwerken.
Volgens de rechtbank heeft OCaN "terecht opgemerkt dat vastgesteld kan worden dat het overgrote deel van de risicojongeren van Antilliaanse en Arubaanse afkomst die voldoen aan de voorwaarden om in de VIA te worden opgenomen, wel in de GBA zijn opgenomen". "Ongrijpbaarheid' en het ‘niet-ingeschreven zijn in de GBA' zou met een minder vergaand middel te ondervangen zijn."
Eerder dit jaar werd door de Haarlemse rechtbank de (voormalige) staatssecretaris van SZW Rutte ook al van ongeoorloofde discriminatie beticht. Deze had in een brief aan gemeenten aangedrongen op extra onderzoek onder Somalische bijstandsgerechtigden. De rechtbank achtte dit in strijd met de eis van gelijke behandeling die uit Grondwet artikel Ι voortvloeit. In de uitspraak op het beroep van OCaN volgt de Haagse rechtbank eenzelfde redenering: ,,Het betreft immers de verwerking van persoonsgegevens omtrent ras in de ruime betekenis van dit woord waaronder ook is te begrijpen afkomst". Volgens de rechtbank bestaat er geen rechtmatige grondslag voor een ongelijke behandeling van Antilliaanse en Arubaanse jongeren in vergelijking met andere jongeren die in Nederland verblijven.
OCaN had eveneens verzocht om een schorsing van de verstrekking van politiegegevens (wpolr) betreffende Antillianen en Arubanen van de minister van Justitie ten behoeve van de VIA. Ook dit schorsingsverzoek is gehonoreerd door de rechtbank.
Onder aanvoering van scheidend voorzitter Roy Pieters heeft OCaN zich vanaf begin 2006 fel verzet tegen de VIA. OCaN won advies in bij diverse deskundigen en kaartte de kwestie onder meer aan bij de Raad van Europa en het Europees Parlement. Pieters zette zich tijdens zijn voorzitterschap altijd bijzonder in voor gelijke behandeling van Caribische Nederlanders. In het verleden leverde hij een speciale bijdrage aan het helpen bestrijden van migratieregulerende maatregelen en een verplichte inburgering voor Antillianen en Arubanen. De nu gewonnen rechtszaak tegen de VIA beschouwt hij als zijn hoogtepunt.
OCaN zal zich in deze lijn in de toekomst blijven verzetten tegen elke maatregel die ‘ethnic profiling' in de hand werkt, waaronder de preflightcontroles, ‘Antillianenstops' in wijken en bestuurlijke arrangementen gericht op repressie tegen Antillianen en Arubanen. In dezelfde lijn als onder Pieters blijft OCaN ook adviseren over een positiever integratiebeleid, omdat OCaN bewust is van aansluitingsproblemen die bestaan onder een aantal deelgroepen. Hierover publiceerde OCaN onlangs een rapport getiteld Change the mind-set. In dit advies wordt de nadruk gelegd op de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting onder deelgroepen Antillianen en Arubanen in het Koninkrijk, alsmede op het draconisch investeren in onder meer onderwijs, opvoeding, cultuur en gezondheid. Dit rapport wordt binnenkort gepresenteerd aan de nieuwe minister voor Integratie, die reeds heeft laten zien een constructieve weg in te willen slaan.
Noot voor de redactie:
De
uitspraak van de rechtbank is te vinden op:
http://zoeken.rechtspraak.nl/resultpage.aspx?snelzoeken=true&searchtype=ljn&ljn=BB0711
OCaN publiceert binnenkort een artikel over wat haar inziens de prioriteiten zouden dienen te zijn van het integratiebeleid van Antilliaanse en Arubaanse risicodeelgroepen.
Meer informatie:
OCaN bureau: 070-380.33.01 (o.a. voor gegevens advocaat prof. mr. P. Nicolaï).
Woordvoerder OCaN met betrekking tot de Verwijsindex Antillianen (VIA) Roy A. Pieters: 06 - 508.05.014.
OCaN is de officiële gesprekspartner van de regering inzake integratiethema's van Antillianen en Arubanen. OCaN participeert in het Landelijk Overleg Minderheden (LOM), voorgezeten door de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie.
