Antillianen in verweer tegen eerste rassendatabank na WO ll
vrijdag 15 december 2006 00:00
Het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) heeft bij het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) bezwaar aangetekend tegen de Verwijsindex Antillianen (VIA). Het CBP heeft volgens OCaN deze week op oneigenlijke gronden een ontheffingsverzoek verleend om ras-, gezondheids- en strafrechtgegevens van Antilliaanse en Arubaanse jongeren te laten registreren. Deze gegevens kunnen uitgewisseld worden door zorg- en justitie-instanties als GGD, sociale dienst, woningcorporatie en politie in de 21 Antillianengemeenten.
De VIA is van belang voor een betere ‘informatievoorziening', zegt minister Verdonk. Volgens de minister zijn Antilliaans en Arubaanse jongeren1[1] mobiel en schrijven ze zich niet in bij de gemeente. Vandaar dat zij onbereikbaar zijn voor hulpinstanties. Daarnaast ‘onttrekken zij zich aan hulp'.
Nergens in het ontheffingsverzoek is de rechtmatigheid getoetst aan artikel l van de Grondwet, het VN Verdrag tegen rassendiscriminatie, de EG richtlijn tegen rassendiscriminatie en de algemene beginselen van het gemeenschapsrecht (non-discriminatiebeginsel). Over het maken van onderscheid tussen Nederlanders op grond van hun etnische herkomst is geregeld gewaarschuwd door deskundigen. Nergens uit het ontheffingsverzoek is duidelijk wat precies het ‘zwaarwegend algemeen belang' is. OCaN voelt zich gesterkt door, een advies van professor Groenendijk2[2] en het advies die professoren van de Universiteit van Tilburg3[3] dit jaar hebben geschreven, waarin is aangetoond dat de VIA op gespannen voet staat met de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP). OCaN zal daarom eveneens een Voorziening bij Voorraad bij de bestuursrechter indienen, zodat voorkomen wordt dat het besluit van het CBP in werking treedt.
Het pilotproject VIA kan er alleen komen als deze bij gebleken succes wordt verankerd in een wet, zo schreef het CBP in het voorjaar aan de minister. Het CBP stelt nu in de ontheffing de voorwaarde dat in het geval van verankering in een wet ‘het verwerken van gegevens rondom etniciteit moet worden losgelaten'. Volgens OCaN is dat onmogelijk, aangezien het verwerken van rasgegevens rechtstreeks volgt uit de naam VIA. Bovendien heeft een verwijsindex in het algemeen niet de identificatie van een persoon tot doel. Met een VIA worden niettemin wel bijzondere gegevens over een persoon identificeerbaar. Hiermee ontbreekt voor de ontheffing elke rechtsgrond. Daarnaast is in Nederland een algemene Verwijsindex Risicojongeren op komst, waardoor de VIA overbodig is.
Volgens OCaN is het voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog dat in Nederland een speciale rassendatabank wordt gecreëerd voor een specifieke groep Nederlanders. Net als destijds de Joden is ook hier opsporing, vervolging en deportatie van een bepaalde groep landgenoten het doel, middels de voorgestelde ‘heenzendingsregeling' voor Nederlanders afkomstig uit de Nederlandse Antillen en Aruba, autonome Landen die deel uitmaken van het Koninkrijk der Nederlanden, nota bene een lid van de Europese Unie. De rechtshandhavingparagraaf uit de Slotverklaring over de staatkundige toekomst van de Nederlandse Antillen komt met de VIA nu wel in een heel ander daglicht te staan. Uitgerekend vandaag op ‘Koninkrijksdag' is het de vraag of we niet moeten oppassen op een animal farm in Nederland zoals geschetst door George Orwell: "Some animals are equal, but some are more equal than others".
Noot voor de redactie:
Roy Pieters
Voorzitter OCaN
Tel. no. OCaN: 070 - 380.33.01
Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) is de gesprekspartner van de rijksoverheid inzake integratiethema's van Antillianen en Arubanen. OCaN participeert in het Landelijk Overleg Minderheden (LOM), voorgezeten door de minister van integratie.
1[1] Het gaat om zogeheten ‘risico'jongeren tot 25 jaar, geboren in de Nederlandse Antillen en Aruba, of hier in Nederland geboren uit minimaal een ouder afkomstig uit de Nederlandse Antillen en Aruba.
2[2]
Annotatie
van het arrest van het Hof van Justitie in de zaak Eman &
Sevinger, Jurisprudentie
Vreemdelingenrecht 2006, prof. mr. C. Groenendijk, Radboud
Universiteit Nijmegen. "(...) de objectieve rechtvaardiging van
het instrument VIA dat zich alleen tegen personen uit een bepaalde
etnische groep richt, is kwestieus. Een goed geadviseerde wetgever
zal zich nog wel eens bedenken voordat opnieuw een poging wordt
ondernomen om Antillianen en Arubanen als een aparte categorie te
definiëren en die categorie Nederlandse burgers vervolgens
verplichtingen op te leggen of rechten te onthouden. De complexe en
indirecte definitie van Antilliaanse en Arubaanse Nederlanders in
art. 58 van het oorspronkelijke voorstel voor de Wet inburgering (TK
30308, nr. 2) zal samen met bovenstaand arrest als afschrikwekkend
voorbeeld werken. Het Hof van Justitie heeft laten merken dat het
weinig gecharmeerd is van regelingen die in feite onderscheid tussen
Unieburgers op basis van hun etnische herkomst maken. (...) In
Nederland wordt het ongedeelde staatsburgerschap door de regering
sinds 2003 bij herhaling op de tocht gezet." Zie ook het oordeel
van mensenrechtenorganisatie Privacy
International, persbericht:
"Nederland
in de achterhoede bij de bescherming van privacy",
9 nov. 2006 (onderzoek 70 landen):
http://www.cbpweb.nl/documenten/med_20061107_pi_epic_privacy_hr.shtml
3[3] Prof. mr. Corien Prins en mr. dr. Sjaak Nouwt, rechtenfaculteit, afdeling Recht, Technologie en Informatie, Universiteit van Tilburg, zie voor het advies www.ocan.nl
