Eindevaluatie Bestuurlijke Arrangementen Antillianengemeenten 2005-2008 verschenen
dinsdag 13 juli 2010 21:56
De Evaluatie Bestuurlijke Arrangementen Antillianengemeenten 2005-2008 is verschenen, zie http://www.nieuwsbank.nl/inp/2010/07/13/R135.htm. OCaN participeerde in de begeleidingscommissie van onderzoeksgroep RISBO. De taak van de begeleidingscommissie was het meedenken en het meepraten over de eindevaluatie.
Hieronder een artikel uit Amigoe (13 juli 2010) over de eindevaluatie.
Bron: OCaN redactie.
Weinig samenhang in aanpak Antilliaanse risicojongeren
WILLEMSTAD/ROTTERDAM - Het toekomstige beleid gericht op Antilliaanse risicojongeren vraagt om een alomvattende coherente aanpak, waarbij meerdere leefgebieden tegelijkertijd worden betrokken, en een geïntegreerde benadering van zowel het vinden van Antilliaanse risicojongeren als het binden ervan.
Dat is een van de conclusies van de Evaluatie Bestuurlijke Arrangementen Antillengemeenten 2005 - 2008, dat door onderzoekers van de Rotterdamse Erasmus Universiteit is uitgevoerd. De onderzoekers - Tomislav Tudjman, Afke Weltevrede, Jan de Boom en Marion van San - stellen dat de doelgroep van Antilliaanse risicojongeren erom bekendstaat moeilijk te bereiken te zijn, maar dat dat bereiken inmiddels wel steeds beter lukt, maar het daadwerkelijke binden dient door (Antilliaanse en/of Europees-Nederlandse) professionals in samenwerking met de Antilliaanse gemeenschap en zelforganisaties steviger vormgegeven te worden.
De Bestuurlijke Arrangementen zijn in 2005 met de 21 zogenoemde Antillengemeenten afgesloten, om op basis van een grote reeks projecten - verdeeld over al deze steden - schooluitval, werkloosheid en criminaliteit binnen de Antilliaanse groep tegen te gaan. Bij het onderzoek stonden twee vragen centraal. Wat zijn de succes- en faalfactoren van de projecten voor Antilliaanse risicojongeren, ontwikkeld en uitgevoerd in het kader van de Bestuurlijke Arrangementen en in hoeverre hebben deze projecten invloed gehad op schooluitval, werkloosheid en criminaliteit onder Antilliaanse risicojongeren in de periode 2005-2008?
De decentrale invalshoek van het Antillianenbeleid 2005 - 2008 heeft geleid tot een breed palet aan projecten, waarvan de effecten moeilijk te meten bleken te zijn. De lokale invulling van de 21 Antillengemeenten aan die projecten gaf ruimte om aan te sluiten bij lokale ontwikkelingen, maar leverde wel een veelheid aan projecten op die weinig onderlinge samenhang vertonen. In sommige gemeenten is een programma ontwikkeld of een samenwerkingsverband opgezet waarin de verschillende projecten een plek hebben gekregen. In verschillende gemeenten is die samenwerking echter nog onvoldoende geïnstitutionaliseerd of tot stand gekomen.
Een alomvattende aanpak vraagt, zo is een van de aanbevelingen, om een goede doorverwijzing en doorstroming en een goede (keten)samenwerking tussen instanties binnen en tussen gemeenten. Dat vraagt om een duidelijke regierol en visie over de samenhang van activiteiten en projecten. Dit betekent inzicht krijgen in welke doelen er zijn, welke activiteiten/projecten er al lopen en hoe deze zich tot elkaar verhouden.
Gelijksoortige projecten moeten verder over gemeenten heen afstemming kunnen krijgen om kennis uit te wisselen en van elkaar te kunnen leren. De opgedane kennis en ervaringen uit de praktijk en onderzoek (zoals DOCA, Regioplan, Risbo) zouden op een structurele en laagdrempelige manier beschikbaar gesteld moeten worden voor
eenieder die met de Antilliaanse risicojongeren werkt. Het wiel wordt nu vaak steeds weer opnieuw uitgevonden.
Er moet volgens de onderzoekers voor gewaakt worden dat overkoepelend beleid nog wel aansluiting bij het lokale beleid blijft houden, omdat anders het draagvlak voor bepaald beleid zoekraakt. Daarbij is het van belang te weten dat visie op en sturing van het lokale beleid bemoeilijkt kan worden doordat de Rijksbijdrage via het Gemeentefonds gaat lopen, wat ten koste kan gaan van een goede samenwerking en focus.
Ze vinden dat de maatschappelijke positie van Antillianen en Arubanen in Nederland niet los kan worden gezien van de omstandigheden waarin Antillianen en Arubanen zijn opgegroeid op de Nederlandse Antillen en Aruba. Een afstemming tussen het integratiebeleid voor Antillianen en Arubanen in Nederland en het zogeheten 'samenwerkingsbeleid' (onderwijs, armoedebestrijding, gezondheidszorg) tussen Nederland en de eilanden in het licht van de nieuwe staatkundige verhoudingen is het overwegen waard.
In de onderzochte Bestuurlijke Arrangementen zijn de gelden verdeeld op een wijze dat de extra financiering voor veel projecten uiteindelijk een druppel op een gloeiende plaat was. Bovendien is de problematiek vaak complex en meervoudig. In het kader van voorkomen is beter dan genezen zou in ieder geval sterker ingezet moeten worden op preventie, het voorkomen van problemen voor latere generaties.
http://www.amigoe.com/artman/publish/artikel_75215.php
