LOM-brief aan ssts. De Krom over discriminatie uitzendbureau's
donderdag 03 november 2011 12:34

p/a
SMN
Maliebaan 13
3581 CB Utrecht
Aan dhr. drs. P. de Krom
Staatssecretaris Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Postbus 90801
2509 LV Den Haag
Datum: 2 november 2011
Betreft: discriminatie niet-westerse migranten door uitzendbureaus
Geachte excellentie,
Graag richten de bovengenoemde Samenwerkingsverbanden van het Landelijk Overleg Minderheden (LOM) zich tot u inzake het voorkomen van discriminatie van niet-westerse migranten door uitzendbureaus.
De directe aanleiding voor deze brief ligt in een vandaag in de Volkskrant verschenen bericht met als titel 'Driekwart uitzendbureaus schuldig aan discriminatie'.[1] Daarin wordt verslag gedaan van onderzoek[2] van de sociologen Evelien Loeters en Anne Backer (Vrije Universiteit) naar discriminatie in de uitzendbranche. Daaruit blijkt dat maar liefst driekwart van de uitzendbureaus verzoeken van werkgevers inwilligt om geen niet-westerse migranten te leveren voor een vacature.
Het toont aan dat bepaalde groepen burgers vanwege hun herkomst stelselmatig worden uitgesloten van de arbeidsmarkt. In het geval van de uitzendbranche gaat het met name om jongeren die voor hun kansen op werk en een toekomst met perspectief vanwege hun al zwakkere positie op de arbeidsmarkt vaak juist op uitzendbureaus zijn aangewezen. Het is dan ook schrijnend dat juist zij van die discriminatie de dupe worden.
Het toont ook aan dat het in de wereld van de werkgevers in de uitzendbranche – en niet alleen daar- een normale zaak lijkt te zijn om geen jongeren van allochtone afkomst in dienst te willen nemen. Het besef dat zij daarmee in strijd handelen met het eerste artikel van de Grondwet lijkt dun gezaaid – dit ondanks de anti-discriminatie bepalingen en -codes van bijvoorbeeld ABU en NBBU.
Het spreekt voor zich dat deze praktijken ook haaks staan op het beleid van de regering als het gaat om het terugdringen van de (jeugd)werkloosheid, het bestrijden van discriminatie en het bevordering van integratie en burgerschap. Het spreekt ook voor zich dat het vertrouwen van niet-westerse migranten in de democratische rechtsstaat door dergelijke praktijken van discriminatie zwaar op de proef wordt gesteld. Dit vertrouwen kan worden vergroot door een harde en consequente aanpak van discriminatie door overheid, sociale partners, algemene instellingen en organisaties uit het maatschappelijk middenveld. In onze ogen rust hierbij op de regering een bijzondere verantwoordelijkheid om het huidige ontoereikende antidiscriminatiebeleid (met name op het gebied van de arbeidsmarkt) verder aan te scherpen.
Wij vragen u - en uw collega-ministers Donner en Opstelten - daarom mede in het licht van het kabinetsmotto 'Niet de afkomst, maar de toekomst ' aan te geven wat uw reactie is op bovengenoemde onderzoeksresultaten en welke (aanvullende) beleidsmaatregelen u voorstelt om deze praktijken van discriminatie en uitsluiting op de arbeidsmarkt effectief aan te pakken.
Dit mede met het oog op de komende behandeling van de evaluaties van het Actieplan Jeugdwerkloosheid, de Aanpak Marokkaans-Nederlandse en Antilliaans-Nederlandse risicojongeren, en van de Aanscherping van de maatregelen in het actieprogramma 'Bestrijding van discriminatie'.
In die evaluaties wordt vastgesteld dat het staande beleid weinig effect heeft op de werkloosheid onder allochtone jongeren. In het tweede kwartaal van 2011 was de jeugdwerkloosheid onder autochtonen 7,3 procent, weer precies even hoog als in het derde kwartaal van 2008 toen de kredietcrisis begon. In datzelfde kwartaal was de werkloosheid onder allochtone jongeren 13,8 procent en in het tweede kwartaal van 2011 was dat 24,8 procent. Het Actieplan Jeugdwerkloosheid heeft autochtone jongeren dus goede diensten bewezen, maar allochtone jongeren vrijwel niet. Ons inziens is een arbeidsmarktbeleid dat ook soelaas biedt voor allochtone jongeren dan ook dringend geboden.
Wat betreft onze eigen ideeën voor de aanpak van discriminatie van niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt verwijzen wij graag naar het (als bijlage bij deze brief gevoegde) positionpaper van de LOM-samenwerkingsverbanden ten behoeve van het Rondetafelgesprek van de Commissie Sociale Zaken en Werkgelegenheid van de Tweede Kamer d.d. 9 maart jl. over discriminatie op de arbeidsmarkt.
Tot slot verzoeken wij u vriendelijk om op korte termijn met ons te willen overleggen over het voorkomen en bestrijden van discriminatie en uitsluiting op de arbeidmarkt.
In afwachting van uw reactie teken ik.
Hoogachtend,
mede namens de voorzitters van BUAT, IOC, IOT, LIZE, OCaN en SIO
drs. F. Azarkan, MSc RE,
voorzitter SMN
cc.
- Dhr. mr. J. P.H. Donner, minister van Binnenlandse Zaken
- Dhr. mr. I.W. Opstelten, minister van Veiligheid en Justitie
- Commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- Commissie Binnenlandse Zaken
- Commissie Veiligheid en Justitie
[1] Driekwart uitzendbureaus schuldig aan discriminatie, Volkskrant, 2 november 2011.
- Evelien Loeters, De klant is koning. Een onderzoek naar het honoreren van discriminerende verzoeken van werkgevers door intercedenten van uitzendbureaus in Nederland, Master Thesis Sociologie van Mondialisering en Diversiteit, Vrije Universiteit, Augustus 2011
- Anne Backer, Uitzendbureaus,gekleurde doorgeefluiken? Passieve discriminatie bij uitzendbureaus, Masterthesis: Sociologie van mondialisering en diversiteit, Vrije Universiteit, September 2011
