OCaN advies mbt voortgang pva Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren 2010-2013

Tweede Kamer
Leden van de Tweede Kamercommissie BiZa
Postbus 20018
2513 AA Den Haag
Betreft: OCaN-advies aangaande de voortgang plannen van
aanpak Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren 2010-2013.
Kenmerk:
11/019/MA
Den Haag 28 juni 2011
Geachte leden van de commissie BiZa,
Op 29 juni aanstaande staat het onderwerp voortgang plannen van aanpak Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren 2010-2013 geagendeerd. Het bestuur van het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) wil u middels onderstaand schrijven een advies geven over een ons inziens meer bestendig integratiebeleid voor Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren. Onze visie is:
niet cultuur, maar armoede is de oorzaak van achterstanden en problemen op diverse terreinen als onderwijs, werk, gezondheid en criminaliteit. Dat is overigens ook bekend uit de internationale literatuur. Beseffen we het ons dat we het niet gek vinden als gekleurde mensen in armoede zitten, maar de problemen die daaruit voortkomen bij deze groep wel?
Willen we duurzame resultaten halen binnen het reguliere instrumentarium, met eventueel lokaal maatwerk, laten we er dan samen voor  zorgen dat kinderen niet ‘in de buik’ al een achterstand oplopen. Onze kinderen hebben er recht op dat wij zorg dragen voor hen: ouders, maatschappelijke organisaties en overheid. We beginnen met een samenvatting, vervolgens een uitwerking.
Onze drie hoofdpunten zijn:

  1. Een  goede en gezonde start begint in de buik: voorkóm perinatale sterfte en
    betrek de vaders in de opvoeding.


  1. Voorkóm  instroom in het speciaal onderwijs en de Wajong-regeling door taal- en
    rekenprestaties van basisschoolleerlingen in het Koninkrijk significant te
    verbeteren.


  1. Ondersteun  de hulpverleningsinitiatieven van ervaringsdeskundige
    Caribisch-Nederlandse sleutelfiguren die risicojongeren en gezinnen kunnen
    vinden en binden.

Samengevat

  • Een meerderheid van
    de Caribische Nederlanders in Nederland weet zich zelfstandig te redden in
    de Nederlandse samenleving, al dan niet met behulp van vrienden en
    familie. Een niet onzienlijk deel (ongeveer een kwart tot eenderde leeft
    met een laag inkomen) echter overleeft
    al generaties in de marge
    en wordt telkenmale overgedragen. Het is en
    blijft een uitdaging deze groep
    te vinden en te helpen.


  • De armoede- en uitsluitingsproblematiek
    van deze vaak ‘gebroken’ gezinnen
    heeft een negatief effect op zwangerschapsuitkomsten
    en is traumatisch voor
    kinderen; deze gezinnen hebben speciale gezinsondersteuning nodig om uiteindelijk eigen
    verantwoordelijkheid voor hun leven te kunnen
    nemen.


  • Indien gewenst en
    gevraagd vanuit het eilanden zal in het Koninkrijk:

    • intensief
      samengewerkt moeten worden op het terrein van taal (Papiaments, Nederlands, Engels) en onderwijs (zelfstandig leren en assertiviteit), al vanaf
      de leeftijd van 2 jaar.

    • De
      Koninkrijkspartners kunnen met kracht de aanbeveling van het VN Kinderrechtencomité uitvoeren,
      waarbij de nadruk ligt op armoedebestrijding en de ongelijkheid tussen de verschillende delen van het Koninkrijk
      teruggedrongen
      moet worden.

    • Overwogen kan worden
      om de Voogdijprotocollen aan
      te passen, zodanig dat de Raad voor de Kinderbescherming ook na zes
      maanden of een jaar controleert of de tijdelijke voogd in staat is zijn
      verantwoordelijkheid uit te oefenen.

    • Aanpassing
      van het nieuwe belastingstelsel op
      de BES
      is noodzakelijk, nu deze de economische situatie op deze drie
      eilanden drastisch heeft verslechterd.

    • Zero tolerance met betrekking tot drugs- en
      wapenbezit en handel
      .




  • Verbeter de voorbereiding op de eilanden en
    voorkóm een instabiele woonsituatie in Nederland door Caribische
    Nederlanders ruim voor vertrek te attenderen op de mogelijkheid om via
    websites als woningnet.nl een inschrijfduur op te bouwen.


  • Er moet een
    oplossing gevonden worden voor het niet
    kunnen overleggen
    van een V.O.G.
    door succesvolle Caribisch-Nederlandse
    “ervaringsdeskundige”
    jongerenwerkers
    - die de taal spreken van de
    risicojongeren en gezinnen en
    hen outreachend kunnen vinden en
    binden
    van de straat naar de reguliere hulpverlening – aan de
    hulpinstanties.


  • In Nederland moeten
    de reguliere instanties (scholen, arbeidsmarktintermediairs, GGZ, GGD,
    Reclassering) specifieke aandacht hebben voor de volgende punten:

    • Een onevenredig groot aantal Caribisch-Nederlandse
      leerlingen
      wordt naar het speciaal
      onderwijs
      gestuurd wordt en komt vervolgens terecht in de Wajong-regeling.

    • Taal- en rekenprestaties van de Caribisch-Nederlandse basisschoolleerlingen blijven achter en moeten verbeterd
      worden.

    • Hoge perinatale sterfte.

    • Psychiatrische problematiek bij risicojongeren.

    • Seksueel misbruik.




  • Tweede Kamer, maak
    ‘vader onbekend’ op de geboorteakte onmogelijk middels een Vaderschapswet; erkenning en
    waardering van een kind begint vanaf de geboorte.


  • Betrekken van het
    onderzoek van Bernard Gesch over het toedienen van multivitaminen aan alle gevangenen in Nederland om agressie en
    geweld te reduceren.



OCaN advies aan de
Tweede Kamer met betrekking tot de voortgang plannen van aanpak
Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren 2010-2013
Onderzoeken:
weerbarstige problematiek
In 2008
deed de Taskforce Antilliaanse
Nederlanders
in opdracht van de minister een aanbeveling betreffende de
risicojongerenproblematiek om zowel rijksgelden voor de Antillianengemeenten als
de looptijd van de plannen te verdubbelen (van 20 miljoen euro in vier jaar
naar 40 miljoen euro en van 4 jaar naar 8 jaar)[1]. Het
bureau RISBO (2010) heeft de bestuurlijke
arrangementen Antillianengemeenten
2005-2008
geëvalueerd en zinvolle aanbevelingen gedaan voor een vervolgbeleid[2].
Zowel deze commissie en dit bureau als andere onderzoekers en Caribische
Nederlanders zélf spreken met betrekking tot de risicojongeren van een
weerbarstige, complexe problematiek die een langdurige, intensieve inzet vraagt.
Visie
op het integratiebeleid voor Caribische Nederlanders
Een
groot deel van de Caribisch-Nederlandse gemeenschap is goed geïntegreerd en
weet zich zelfstandig en zonder (specifiek) overheidsbeleid te redden in de
samenleving. Een ander deel is dat echter niet. Een deel van deze kansarme
Caribische Nederlanders kan evenwel gebruik maken van informele en ad hoc
hulpstructuren op vrijwillige basis. Toch valt een gedeelte buiten de boot,
omdat de opvang- en hulpcapaciteit van de Caribisch-Nederlandse gemeenschap nu
eenmaal zijn limieten kent.
Niet cultuur, maar armoede is de oorzaak van achterstanden en problemen op
diverse terreinen als onderwijs, werk, gezondheid en criminaliteit. Dat is
overigens ook bekend uit de internationale literatuur. Beseffen we het ons dat
we het niet gek
vinden als gekleurde mensen in armoede zitten, maar de problemen die daaruit
voortkomen bij deze groep wel?
We
constateren dat de achterstanden van Caribisch-Nederlandse jongeren op
terreinen als werk, school en criminaliteit met veel inspanningen niet verder
zijn opgelopen de afgelopen jaren – zo laten de Jaarrapporten Integratie van
het CBS en het SCP en de Nulmeting ook zien[3] - ,
maar dat de sociaaleconomische problematiek van gezinnen (armoede en sociale
uitsluiting) zich soms herhaalt. Een tendens die wij zien is dat kansarme Caribische
Nederlanders de hulpinstanties mijden en de hulpinstanties de kansarme Caribische
Nederlanders. Voor Caribisch-Nederlandse gezinnen speelt hierbij de angst voor een
‘OTS’ of ‘UTS’ mee[4]; en als hulpinstanties
geen hulpvraag krijgen van Caribisch-Nederlandse gezinnen, dan ontbreekt de
prikkel om het aanbod af te stemmen op de vraag. Belangrijk is dat het aansluitingsbeleid
de specifieke hulpvraag en het hulpaanbod gaat matchen.
De
keuze is vaak ‘specifiek’ versus ‘generiek’ beleid. Een combinatie van beide – ‘aanvullend
binnen het generieke beleid’[5] – is ons inziens niet tegenstrijdig. Enerzijds
is het goed in te blijven zetten op de kabinetsdoelstelling, te weten dat
reguliere instellingen zich gaan ‘toerusten met specifieke kennis, ervaring en
werkwijzen’[6]. Anderzijds
is ‘specifiek beleid’ in sommige lokale situaties en onder strikte voorwaarden het
overwegen waard; we betwijfelen hierbij of het huidige specifieke beleid moet worden voortgezet. We pleiten eerder
voor een bijsturing van het specifieke
beleid: het is aanbevelingswaardig om dan dit specifieke beleid te richten op
een geconcentreerd aantal gemeenten, thema’s en deelgroepen. Wij maken geen
keuze uit beide, maar geven hieronder de mogelijkheden weer voor enerzijds
specifiek (of ‘situatiegericht’, ‘maatwerk’), anderzijds algemeen beleid.
Duurzaam
beleid: richten op de -9 maanden t/m 12 jarigen en ouders
Om
duurzaam bezig te zijn is OCaN van mening de (specifieke) middelen met name in
te zetten op een groep die – als niets voor hen wordt gedaan – over een aantal
jaren zou kunnen gaan behoren tot de risicojongeren: de kinderen van -9 maanden
t/m 12 jaar. We willen hiermee een vicieuze cirkel van ‘bijzondere’ armoede en
sociale uitsluiting
– de kern van het probleem[7] -
doorbreken. Nota bene: voorkómen is beter dan genezen.
Situatiegericht
beleid is te prefereren: niet de etnische herkomst staat hierbij centraal, maar
de problematiek op wijk- of buurtniveau, bijvoorbeeld sociale uitsluiting.
Onder strikte voorwaarden kan op lokaal niveau overwogen worden te kiezen voor
specifiek beleid.
OCaN
pleit voor preventief en curatief beleid, gericht op het bestrijden van
oorzaken in plaats van alleen op kostbare symptoombestrijding (repressief)[8].
Voorstellen
voor succesvol beleid
Momenteel
bestaat er geen tussenevaluatie betreffende de voortgang van de plannen van aanpak Antilliaans-Nederlandse
probleemjongeren 2010-2013
. Wij willen daarom een tiental punten onder uw
aandacht brengen en enkele voorstellen doen met betrekking tot een succesvol
integratiebeleid voor kansarme Caribische
Nederlanders. Afhankelijk van de lokale situatie denken wij dat – met de
rijksfinanciering en de gemeentelijke cofinanciering - deze voorstellen een
bijdrage kunnen leveren aan een efficiëntere en effectievere aanpak van specifieke
problemen door het Rijk, de gemeenten en
de Caribisch-Nederlandse gemeenschap
:


Aandachtspunten en voorstellen

  1. aandachtspunt: het criterium voor de kwalificatie van ‘Antillianengemeente’ is
    arbitrair.

__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
voorstel: de minister van
BZK maakt duidelijk wanneer een gemeente zich Antillianengemeente mag noemen.
Wij vinden dat het criterium “1% van de inwoners is van Antilliaanse herkomst”
– zoals nu geldt – verlaten moet worden: niet de etnische herkomst staat
centraal, maar de onevenredige grote problematiek die een bepaalde doelgroep
ondervindt in een gemeente. Het aantal Antillianengemeenten kan daarmee
wellicht teruggebracht worden, waardoor (minder) rijksmiddelen wellicht gerichter
ingezet kunnen worden[9].

  1. aandachtspunt: op het lokale niveau van de Antillianengemeente
    wordt beslist welke maatregelen ingezet worden en wordt een oordeel geveld
    over de effectiviteit ervan[10]. Onduidelijk is wat
    de rol en de verantwoordelijkheid van
    het Rijk
    is
    .

__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
voorstel: om als
‘Antillianengemeente’ in aanmerking te komen voor rijksfinanciering maakt de
minister a la carte prestatie-afspraken
met de Antillianengemeenten[11].
‘Generieke’ afspraken (dezelfde voor alle AG22) vervallen.

  1. aandachtspunt: Antillianengemeenten richten zich soms
    met hoogdrempelige projecten op
    kansrijke Antillianen
    .

__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
voorstel: de
Antillianengemeenten moeten zich met laagdrempelige
projecten uitsluitend richten op de moeilijkst bereikbare en kwetsbare
doelgroepen: gezinnen in armoede.

  1. aandachtpunt: jongeren die zelf een ‘fout’ verleden
    hadden, maar op het goede pad zijn gekomen – zijn als ‘ervaringsdeskundige’ jongerenwerker
    vaak heel succesvol in het vinden, binden en begeleiden van
    risicojongeren. Een strafblad
    uit het verleden is voor hulpverleningsinstanties vaak een belemmering om
    deze jongeren in dienst te nemen als hulpverlener of straatcoach.

__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
voorstel: per
succesvolle ‘ervaringsdeskundige jongerenwerker’ moet worden bezien in hoeverre
het niet kunnen overleggen van een Verklaring Omtrent Gedrag (V.O.G.) een
belemmering vormt in dienst te treden bij een hulpverleningsorganisatie als
streetcornerwork, of (jeugd-)reclassering. Uiteindelijk zijn met interventies
gericht op gedragsverandering van jongeren middels mentoring/coaching betere prestaties te bereiken dan met maatregelen
gericht op professionals[12].

  1. aandachtspunt: de betrokkenheid van - en de
    samenwerking met - de Caribisch-Nederlandse
    gemeenschap
    en sleutelfiguren wordt vaak gezien als een succesfactor
    voor het gemeentelijke plannen van aanpak van de risicojongeren. Deze
    betrokkenheid en samenwerking met de gemeenten en instellingen is vaak nog
    te vrijblijvend en gebaseerd op
    vrijwilligheid.

__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
voorstel:
Antillianengemeenten kunnen wederzijdse rechten en plichten vastleggen[13]. De
lokale Caribisch-Nederlandse gesprekspartners van de gemeenten moeten kunnen
aantonen aan de gemeente dat zij de kwetsbare groepen kunnen vinden, binden en
bereiken.

  1. OCaN pleit voor het
    prioriteren van enkele beleidsterreinen
    binnen het specifieke beleid voor Caribisch-Nederlandse risicojongeren:

Onderwijs

  • aandachtspunt: voorschoolse stimulering van potentiële
    risicokinderen van 1-4 jaar ten aanzien van het voorkomen van zwakke taal-
    en rekenvaardigheden van Caribisch-Nederlandse kinderen
    [14].

    • voorstel:
      ondersteuning van ouders met de ontwikkeling van Caribisch-Nederlandse
      kinderen in de voorschoolse periode in de Antillianengemeenten.




  • aandachtspunt: zwakke taal- en rekenprestaties van
    Caribisch-Nederlandse kinderen van 4-12 jaar; schooluitval op het VMBO en
    MBO
    .

    • voorstel: extra
      bijlessen taal en rekenen voor Caribisch-Nederlandse kinderen op scholen
      in de Antillianengemeenten. Onderwijzers en docenten zouden hiervoor
      extra opgeleid moeten zijn en navenant moeten verdienen. In de
      aandachtswijken is het belangrijk dat de grootte van de klassen wordt
      gereduceerd, opdat meer individuele aandacht per kind ontstaat.




  • Aandachtspunt: een onevenredig hoge instroom in het
    speciaal onderwijs[15] en in de
    Wajong-regeling
    [16].

    • voorstel:
      invoering van cultuursensitieve IQ-tests op alle basisscholen in
      Nederland[17],
      of specialisten die een betere inschatting kunnen maken van de werkelijke
      talenten, competenties en mogelijkheden van Caribisch-Nederlandse
      kinderen en jongeren.



Gezondheid

  • Aandachtspunt: hoge perinatale sterfte bij
    Caribisch-Nederlandse zwangere vrouwen
    [18].

    • voorstel: zorg dragen
      voor een gezonde zwangerschap en het voorkómen van perinatale sterfte,
      bijvoorbeeld met programma’s als het Aanvalsplan
      Perinatale Sterfte
      van de GGD in Rotterdam.




  • Aandachtspunt: afwezig vaderschap in de opvoeding en
    daarmee gepaard ‘afstammingsonrust’ en het gevoel niet-erkend te zijn bij
    kinderen
    .

    • voorstel:
      betrokkenheid van vaders bij de opvoeding van hun kinderen door middel
      van een Vaderschapswet[19].




  • Aandachtspunt: genderproblematiek (stereotype
    man-vrouwbeelden).

    • voorstel:
      informatieverstrekking over seksuele opvoeding door
      consultatiebureaus.

    • voorstel: seksuele
      voorlichting in de bovenbouw van basisscholen als kerndoel in het
      onderwijs, waarbij gebruik wordt gemaakt van informatie die ingaat op specifieke
      problemen bij deelgroepen, bijvoorbeeld van RutgersWPF[20].



Werk en
inkomen

  • Aandachtspunt: discriminatie op de arbeidsmarkt[21].

    • voorstel:
      informatiecampagne onder de doelgroep betreffende de
      antidiscriminatiebureaus en Defence for Children; binnen de aanstaande
      beeldvormingscampagne van SZW extra aandacht voor het feit dat juist de Caribisch-Nederlandse
      jongeren, nieuwkomers en laagopgeleiden een grote bereidheid tonen werk
      te accepteren ook met negatieve
      baankenmerken[22].




  • Aandachtspunt: schuldenproblematiek.

    • voorstel: bureaus
      voor schuldhulpverlening worden gestimuleerd om te gaan werken met
      Caribisch-Nederlandse consulenten die zorgen voor begeleiding en
      motivering van Caribisch-Nederlandse cliënten met schulden, zoals al
      succesvol plaatsvindt in Tilburg[23].





Criminaliteit

  • Aandachtspunt: oververtegenwoordiging in de
    criminaliteitsstatistieken
    .

    • Zero tolerance met betrekking tot drugs- en wapenbezit en –handel in het
      Koninkrijk.

    • Betrekken van het
      onderzoek van Bernard Gesch betreffende het toedienen van multivitaminen
      aan alle gevangenen in Nederland, om agressie en geweld te reduceren[24].

    • Algemene
      intensieve aanpak van de loverboys- en lovergirlsproblematiek.

    • Meer aandacht voor
      psychiatrische problematiek van risicojongeren[25],
      omdat hier nog te weinig bekend over is bij de professionals.

    • Community intelligence en samenwerking met instanties als Meld Misdaad
      Anoniem. Voorwaarde hiervoor is: het voorkómen van ethnic profiling en
      ‘etnische registratie gekoppeld aan repressie’.



Taboes

  • Aandachtspunt: taboes ontnemen burgers de mogelijkheid
    gevoelige problemen aan de orde te stellen
    .

    • In samenwerking
      met de Caribisch-Nederlandse gemeenschap: adresseren van gevoelige thema’s
      in huiselijke kring[26]:

      • psychiatrische
        problematiek

      • gezondheidsklachten

      • loverboys- en
        lovergirlsproblematiek

      • seksuele diversiteit

      • alcohol- en
        drugsproblematiek

      • van
        ‘onderdrukking’ naar ‘ontworteling’ en ‘ontsporing’: geweld en huiselijk
        geweld.






  1. aandachtspunt: grote
    verschillen in de situatie van kinderen binnen het Koninkrijk
    .

__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
voorstel: uitvoeren van
de aanbeveling van het VN-Kinderrechtencomité met betrekking tot de
implementatie van kinderrechten, waarbij
de nadruk moet liggen op armoedebestrijding en het terugdringen van de
ongelijkheid tussen de verschillende delen van het Koninkrijk”. Ook de
aanbeveling van andere kinderrechten uit het Slotcommentaar moeten in alle
delen van het Koninkrijk met kracht worden uitgevoerd[27].

  1. aandachtspunt: de
    woon- en leefwereld van Caribisch-Nederlandse gezinnen die in de marge
    leven speelt zich doorgaans af op een klein gebied: de eigen buurt of
    wijk. Binnen de wijk en buurt valt er een ‘hiaat tussen school en thuis’ voor twaalminners als het gaat
    om verantwoordelijkheid: de straat.

    1. voorstel: binnen
      de plannen van aanpak inzoomen op wijk- en buurtniveau: afspraken met
      scholen, straatcoaches (welzijnsinstellingen) en ouders over een zinvolle
      dagbesteding en veilige vindplaats voor twaalfminners[28].




  1. aandachtspunt: verbetering
    van de voorbereiding
    van
    degenen die naar Nederland komen. Samenwerking binnen het
    Koninkrijksrelaties is ons inziens nodig
    :

voorstellen:
__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
Indien gevraagd vanuit
de eilanden: extra intensieve lessen Nederlandse taal en zelfstandig leren voor leerlingen op basisscholen en voortgezet
onderwijs.
__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
Indien gevraagd vanuit
de eilanden: de introductie van VVE (Nederlandse taal) op de eilanden, waarbij
tevens de leidsters taalcursussen aangeboden krijgen.
__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
Bekendmaking op de
eilanden van de mogelijkheden van inschrijven bij woningnet en woonnet, om zo
inschrijfduur op te bouwen en wachttijden voor een woning te verkorten: voorkómen
van instabiele situaties in de eerste jaren van verblijf.
__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
Aanpassing van de
voogdijprotocollen met de voormalige Nederlandse Antillen en met Aruba: niet
alleen een controle na drie maanden of de tijdelijke voogd in staat is zijn
verantwoordelijkheid uit te oefenen, maar ook na zes maanden, of een jaar. Het
spreekt voor zich dat voogden daarnaast altijd een V.O.G. moeten kunnen
overleggen[29].
__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
Niet alleen (omvangrijke)
migratie en grensoverschrijdende criminaliteit zetten de relaties in het
Koninkrijk op scherp, maar ook de discussies over toelating/heenzending van
jongeren. Het is beter deze discussie te verlaten, ook al omdat de geschiedenis
laat zien dat wetsvoorstellen hieromtrent telkenmale zijn gestrand op
juridische bezwaren[30].
__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
Rekening houden met de
BES-eilanden bij de invoering van het nieuwe belastingstelsel sinds 10-10-10.
De verhogingen van belastingen en accijnzen heeft de economische situatie op de
eilanden drastisch verslechterd[31].

  1. aandachtspunt: de
    toerusting van reguliere instellingen met specifieke kennis, ervaring en
    werkwijzen
    .

__MCE_ITEM____MCE_ITEM__·        
voorstel: willen
reguliere instellingen in aanmerking blijven komen voor specifieke rijksmiddelen,
dan zullen zij in hun werkwijze outeachend
moeten zijn en zorg moeten dragen voor een effectieve samenwerking tussen
de ‘nuldelijn’ (mantelzorgers) en de eigen individuele aanpak.
Wij
hopen de leden van de Tweede Kamercommissie middels deze brief
aanknopingspunten te hebben gegeven voor een meer succesvol integratiebeleid
van Caribisch-Nederlandse risicojongeren. We zouden deze brief graag willen
toelichten als u vragen heeft. Dan kunt u contact met ons opnemen, zodat we
deze zaken samen kunnen bespreken en op basis van uw reacties verder de plannen
kunnen nuanceren en uitwerken in gedetailleerde aanpak om deze jongeren
succesvol te maken binnen onze Nederlandse samenleving.
Namens
het OCaN-bestuur en medewerkers[32],
verblijf ik,
Met de meeste hoogachting,
Glenn O. Helberg
voorzitter




[2] Evaluatie Bestuurlijke Arrangementen Antillianengemeenten 2005-2008,
Tudjman e.a., RISBO, 2010, http://www.risbo.nl/r_nieuws.php?n=41http://www.risbo.nl/r_nieuws.php?n=41.



[3] Antilliaanse
Nederlanders 2010.
Een
nulmeting van hun positie op de terreinen onderwijs, arbeid en uitkering en
criminaliteit in 22 gemeenten
. De Boom e.a., RISBO,
2010, http://cdn.ikregeer.nl/pdf/blg-80620.pdfhttp://cdn.ikregeer.nl/pdf/blg-80620.pdf.
CBS Jaarrapport Integratie 2010.
[4]
OTS: onder toezichtstelling. UTS: uithuisplaatsing.
[5]
“Het kabinet kiest voor een generieke aanpak van integratievraagstukken en hecht
er aan dat het generieke rijksbeleid iedereen bereikt en effectief is, ongeacht
herkomst, religie of welke grond dan ook. Op basis van (geanonimiseerde)
beleidsinformatie kan inzicht worden verkregen of iedere groep inderdaad even
goed en even effectief wordt bereikt en of er (binnen de generieke aanpak)
aanvullende maatregelen nodig zijn.” Kabinetsstandpunt etnische registratie. 27 mei
2011.
[6]
Kabinetsbeleid Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren, minister voor WWI,
oktober 2009, p11.
[7]
Zie het rapport Change the mindset. Advies ter bestrijding van armoede en sociale
uitsluiting onder Antillianen en Arubanen
. OCaN, 2007.
[8]
In 2007 bevonden zich 868 Antillianen en Arubanen in detentie (www.dji.nlwww.dji.nl,
1 jan. 2007). Alleen al de detentiekosten per dag zijn 180 euro. Dat is 65.000
euro per jaar per persoon (zie ook http://www.gevangenenzorg.nl/index.php?paginaID=54http://www.gevangenenzorg.nl/index.php?paginaID=54).  Bij een gemiddeld
verblijf
in detentie van een half
jaar
per persoon is dat ruim 28 miljoen euro op jaarbasis en bijna 113
miljoen in vier jaar. De Taskforce
Antilliaanse Nederlanders
stelt voor om jaarlijks 18 miljoen euro rijks- en
gemeentegeld in te zetten ten behoeve van hulp aan Antilliaanse en Arubaanse
nieuwkomers/niet-geregistreerden, risicojongeren, jonge ouders en
ex-gedetineerden (jaarlijks 9 miljoen rijksgelden en 9 miljoen gemeentegelden),
dat is 72 miljoen in vier jaar.
[9] In 2001
waren er 7 Antillianengemeenten. Geleidelijk breidde het aantal uit van 11,
naar 21 en nu 22.
[10]
Kamerbrief stand van zaken aanpakken Antilliaans- en Marokkaans-Nederlandse
risicojongeren, april 2011, minister Donner, WWI/I&I/2011043985.
[11]
Gemeenten kunnen goed gebruik maken van het WODC advies Integratiebeleid rijksoverheid onderzocht. Een synthese van resultaten uit evaluatie- en
monitoringonderzoek 2003-2006
, http://wodc.nl/onderzoeksdatabase/research-synthese-onderzoeken-op-het-terrein-van-migratie-en-integratie.aspxhttp://wodc.nl/onderzoeksdatabase/research-synthese-onderzoeken-op-het-terrein-van-migratie-en-integratie.aspx.
[12] WODC-rapport Integratiebeleid etnische
minderheden. Een synthese van 16 recente evaluatie-onderzoeken. Gulu-Glasgow
e.a., Facsheet 2007-2, WODC. http://wodc.nl/onderzoeksdatabase/fs200702-integratiebeleid-etnische-minderheden.aspxhttp://wodc.nl/onderzoeksdatabase/fs200702-integratiebeleid-etnische-minderheden.aspx.
[13] Artikel
150, lid 1: De raad stelt een verordening vast waarin regels worden gesteld met
betrekking tot de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden bij de
voorbereiding van gemeentelijk beleid worden betrokken.
[16] Antilliaanse jongeren hebben
het vaakst een Wajong-uitkering.
CBS Jaarrapport Integratie 2010, p186, http://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/E564B557-93DC-492E-8EBD-00B3ECA10FA3/0/2010b61pub.pdfhttp://www.cbs.nl/NR/rdonlyres/E564B557-93DC-492E-8EBD-00B3ECA10FA3/0/2010b61pub.pdf.
[19]
Zie de motie van het lid Voordewind, 5 oktober 2009. http://www.rijksbegroting.nl/algemeen/gerefereerd/1/3/5/kst135253.htmlhttp://www.rijksbegroting.nl/algemeen/gerefereerd/1/3/5/kst135253.html
[20]
Zie bijvoorbeeld het onderzoek Seksuele
gezondheid van Turkse, Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse Nederlanders
,
RNG, 2008, http://www.rutgersnissogroep.nl/productenendiensten/onderzoekspublicaties/onderzoekspublicaties-1/downloadbare-publicaties-in-pdf/Rapport_Seksuele_gezondheid_van_TMSA_Nederlanders.pdfhttp://www.rutgersnissogroep.nl/productenendiensten/onderzoekspublicaties/onderzoekspublicaties-1/downloadbare-publicaties-in-pdf/Rapport_Seksuele_gezondheid_van_TMSA_Nederlanders.pdf.
[21]
Liever Mark dan Mohammed, SCP, 2010. http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=default:22041http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=default:22041.
Discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt, 2010. http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=default:22347http://www.scp.nl/content.jsp?objectid=default:22347.
[22]
Jaarrapport Integratie, SCP, 2007, p146-147, http://www.scp.nl/dsresource?objectid=19608&type=orghttp://www.scp.nl/dsresource?objectid=19608&type=org.
[23]
Zie het project Un perspektibo nobo van
Sirkulo Antiano Tilburg (SAT).
[24]
Zie hiervoor het onderzoek van Bernard Gesch: http://www.ergogenics.org/agrmulti2.htmlhttp://www.ergogenics.org/agrmulti2.html
[26]
Als voorbeeld: het projectplan Drie D huiskamerbezoeken (Deber, Derecho, Deseo:
plichten, rechten, wensen) van de Curaçaose Elvia de Haseth uit Zoetermeer, www.grip-ip.nlwww.grip-ip.nl.
[27] “Het
Comité beveelt de Verdragspartij aan in overeenstemming met artikel 4 van het
Verdrag het maximum aan beschikbare middelen te reserveren voor de
implementatie van de kinderrechten, waarbij de nadruk moet liggen op armoedebestrijding
en het terugdringen van de ongelijkheid tussen de verschillende delen van het
Koninkrijk.
Hierbij zou de
Verdragspartij zich rekenschap moeten geven van de aanbevelingen die het Comité
heeft gedaan na de algemene discussie op 21 september 2007 in het kader van
“Resources for the rights of the child – responsability of States”.
http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2009/02/19/slotcommentaar-van-het-comite-voor-de-rechten-van-het-kind-vijftigste-zitting.htmlhttp://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2009/02/19/slotcommentaar-van-het-comite-voor-de-rechten-van-het-kind-vijftigste-zitting.html
[30]
Zie onder meer Migratie Antilliaanse
Jongeren
, 10 november 1998, 26283, no. 1, bijlage, p14-20; Regulering van Antilliaanse immigratie, het
debat over de toelating van Antillianen tot Nederland, 1970-2000,
Martijn
Jongmans, KUN, 2001; Knellende
Koninkrijksbanden
, deel lll, 2001, OCaN-advies
met betrekking tot wetsvoorstel toelating- en heenzending
, OCaN, 2004, “Tweederangs Nederlanders, de Antillianen”,
Uli Jessurun d’Oliveira, Migrantenrecht, 2005.
[32]
Het bestuur van OCaN bestaat uit Glenn Helberg (voorzitter), Germine Heuvel
(vice-voorzitter), Calvin Corion (penningmeester), Milly Kock (secretaris),
Gilliane Smith, Nurah Hammoud, Chris Frans en Christine Alvarez (leden). Het
bureau bestaat uit Marom Ayoubi (directeur), Marnix Arendshorst (senior beleidsmedewerker),
Solange Quandus (beleidsmedewerker) en Ida Requena (administratief
medewerkster).