OCaN position paper over arbeidsmarktdiscriminatie

Tijdens een hoorzitting over arbeidsmarktdiscriminatie in de Tweede Kamer (9 maart 2011, commissie SZW) heeft het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) diverse punten ingebracht. Hieronder treft u de position paper van OCaN.

Tweede Kamercommissie SZW

Betreft: OCaN position paper Discriminatiemonitor van niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt.

Kenmerk: 11/015/MA

Utrecht, 7 maart 2011

Geachte leden van de commissie SZW,

Ten behoeve van de hoorzitting van 9 maart aanstaande over de Discriminatiemonitor niet-westerse migranten op de arbeidsmarkt (SCP, 2010) wil het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) middels deze position paper u informeren over ons standpunt met betrekking tot discriminatie van Caribische Nederlanders (Antillianen en Arubanen) op de arbeidsmarkt.

 

Wat betreft aantoonbare discriminatie van Caribische Nederlanders staat het SCP niet alleen. Aangaande discriminatie van Caribische Nederlanders is zowel door Nederlandse NGO’s in hun Schaduwrapport aan het CERD-comité, de Raad van State, Amnesty International afdeling Nederland, de Commissie Gelijke Behandeling (CGB), de Anne Frankstichting/Artikel 1/Universiteit van Leiden en het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP), als internationaal door de ECRI, de Mensenrechtencommissaris van de Raad van Europa en de Open Society Justice Initiative (OSJI) de afgelopen jaren speciaal aandacht gevraagd[1]. Niettemin houden de voorstellen met betrekking tot het maken van onderscheid niet op: de huidige regering heeft in zijn regeer- en gedoogakkoord gerefereerd naar wetgeving die de toelating- en het terugsturen van Caribische Nederlanders moet regelen: de Rijkswet Personenverkeer. Daarnaast hebben sommige Caribisch-Nederlandse jongeren te maken met maatregelen of ontwikkelingen die alle jongeren uit de etnische minderheidsgroepen schaadt, zoals discriminatie in het jeugdrecht, segregatie in het onderwijs en de IQ-tests die allochtone kinderen jarenlang systematisch hebben benadeeld[2]

In het licht van al deze (voorstel-) maatregelen zijn ons inziens de bevinding van het SCP, dat “sommige werkgevers niet alleen terughoudend zijn over Antilliaanse kandidaten, maar dat zij leden die zij tot deze groep rekenen openlijk afwijzen”, wellicht niet eens zo schokkend. Dat het met de houding en motivatie niettemin goed zit bij Caribische Nederlanders, wordt onderstreept door een eerder SCP-rapport:  Caribische Nederlanders zijn van alle groepen – inclusief autochtone Nederlanders - het sterkst op werk gericht. Zij zijn het meest bereid offers te brengen en werk te accepteren met negatieve baanmerken. Het gaat hierbij om zowel jongeren, laagopgeleiden als de eerstegeneratie[3]. Het is belangrijk dat ineen eventuele beeldvormingscampagne van de minister van SZW deze offerbereidheid naar voren wordt gebracht.   

Caribische Nederlanders zijn niet snel geneigd een melding van discriminatie te doen – 74% doet geen aangifte -, vanwege de angst voor represailles (Monitor Rassendiscriminatie 2009, 2010). Het zou een idee kunnen zijn dat de 22 Antillianengemeenten binnen het Plannen van Aanpak Antilliaans-Nederlandse probleemjongeren 2010-2013 meer aandacht gaan besteden aan het verbeteren van de van de bekendheid van de ADB’s onder Caribische Nederlanders en over de wet die het verbiedt om mensen te benadelen omdat zij klagen over discriminatie.

Extra kwetsbaar voor discriminatie zijn volgens het SCP toetreders tot de arbeidsmarkt en laagopgeleiden, hetgeen in bijzondere mate geldt voor Caribische Nederlanders. Wat betreft de toetreding het volgende. OCaN vraagt zich af waarom zo onevenredig veel Caribisch-Nederlandse jongeren doorstromen in de Wajong-regeling (zowel in 1999 als in 2009)[4]. Heeft dit te maken met een onevenredig groot deel dat op / vanaf het basisonderwijs doorverwezen wordt naar het speciaal onderwijs en het praktijkonderwijs? Opvallend ook is relatief veel Caribisch-Nederlandse leerlingen deelnemen aan het speciaal onderwijs vanwege ‘gedrags- en psychiatrische problematiek’[5]. De instroom in het speciaal onderwijs en praktijkonderwijs kan ertoe leiden dat veel jongeren uiteindelijk terechtkomen in de Wajong-regeling. Een hoge instroom in het praktijkonderwijs en de Wajong-regeling kan uiteindelijk bij werkgevers leiden tot een bestendiging van een negatief beeld over Caribische Nederlanders. De Minister zou er goed aan doen te onderzoeken welke mechanismen leiden tot de hoge (structurele) instroom het speciaalonderwijs, praktijkonderwijs en uiteindelijk de Wajongregeling bij Caribische Nederlanders.

Tenslotte willen wij uw aandacht vestigen op verwijsindices die in enkele Antillianengemeenten of deelgemeenten speciaal zijn opgezet voor Caribische Nederlanders. De koppeling van rasgegevens aan politie en justitiegegevens en aan gemeentelijke instellingen heeft laten zien dat deze uitsluiting op de arbeidsmarkt kunnen bevorderen: in het plaats van het bieden van hulp wordt dit instrument gebruikt voor het ‘beperken van overlast’ van Caribisch-Nederlandse jongeren. De beoordeling van een persoon op basis van statistische kenmerken (“groepsprofilering”) doet geen recht aan de individualiteit van de persoon[6]. Ons inziens is het relateren van raskenmerken aan negatief gedrag door de politiek één van de belangrijkste oorzaken van discriminatie op de arbeidsmarkt van Caribische Nederlanders. 

Vertrouwende erop u voldoende te hebben geïnformeerd, verblijf ik,

Met vriendelijke groet,

Glenn O. Helberg

voorzitter

 

 



[1] Schaduwrapportage Nederland, onder redactie van NJCM en Art. 1, 5 oktober 2009; Amnesty International, 24 november 2008, brief aan de cie. WWI, zie http://www.amnesty.nl/documenten/diversen/EB-pol-2008-46%20Begroting%20WWI.pdf; mensenrechtencommissaris Hammerberg, rapport naar aanleiding van zijn bezoek aan Nederland, 21-25 september 2008; ECRI, 3e rapport over Nederland, februari 2008; Raad van State, advies met betrekking tot het wetsvoorstel heenzending Antilliaanse jongeren en de registratie van etniciteit (Antillianen) (2007) en de Verwijsindex Risico’s Jeugd (VIR) (2008), W13.08.0265/I; Monitor Rassendiscriminatie 2009, Anne Frankstichting; Legal Opinion in the Case of Reference Index of Antilleans ‘VerwijsIndex Antillianen’, march 2008, http://www.soros.org/initiatives/justice/litigation/dutchcaribbean/dutchcaribbean_20080313.pdf. CGB, mbt de preflightcontroles, Oordeel 2003-153; CBP: Uitwisseling van politiegegevens tussen de Nederlandse Antillen en Nederland (2006); onderzoek naar etnische registratie deelgemeente Charlois, last onder dwangsom (27 januari 2011).

 

[2]  IQ-test benadeelt allochtone kinderen, Bart Hinke, NRC, 30 november 2010,
http://www.nrc.nl/nieuws/2010/11/30/iq-test-benadeelde-allochtone-kinderen/?utm_campaign=rss&utm_source=syndication. “Een tot voor kort op scholen veelgebruikte IQ-test onderschat het intelligentiequotiënt van allochtone kinderen ten opzichte van dat van autochtone. Onderzoek aan de UvA toont aan dat deze RAKIT-test bevooroordeeld is. Allochtone kinderen zijn daarmee jarenlang systematisch benadeeld. Volgens wetenschapsredacteur Ellen de Bruin baseren veel scholen zich op IQ-tests en minder op leraren. “Als een kind regulier onderwijs wil volgen, kan een te lage RAKIT-score betekenen dat het misschien toch naar het speciaal onderwijs moet.” Daarin zijn allochtone kinderen dus jarenlang benadeeld, schrijven de onderzoekers Jelte Wicherts en Conor Dolan. De Commissie Testaangelegenheden Nederland (COTAN), die de kwaliteit van IQ-tests controleert, geeft toe dat het niet genoeg naar mogelijke verschillen tussen allochtonen en autochtonen kijkt. Per 2012 hoopt de commissie fairness als beoordelingscriteria te kunnen toevoegen.

[3] Jaarrapport Integratie, SCP, 2007, p146-147, http://www.scp.nl/dsresource?objectid=19608&type=orghttp://www.scp.nl/dsresource?objectid=19608&type=org.

 

[5]  Allochtone leerlingen en speciale onderwijsvoorzieningen. Evaluatie en Adviescommissie Passend Onderwijs (EPCO), ITS (Radboud), Ed Smeets e.a., 2009. http://ecpo.nl/nl/p4c567e3f1dc88/publicatiesonderzoeksopdrachten-

ecpo.html