‘Inburgering Antillianen afschrikwekkend bedoeld’

Hoogleraar Staatsrecht laat geen spaan heel van wetsvoorstel:

‘Inburgering Antillianen afschrikwekkend bedoeld'

Het wetsvoorstel van minister Verdonk (Vreemdelingenzaken en Integratie) om Antillianen en Arubanen in Nederland verplicht te laten inburgeren is juridisch niet haalbaar. Gelijkschakeling van Antillianen en Arubanen met vreemdelingen uit ‘derde landen' ondergraaft het ‘staatsburgerschap' en is in strijd met de Grondwet en internationale verdragen.

Dat stelt de Utrechtse hoogleraar Staats- en Bestuursrecht prof. dr. L. Besselink in een advies aan het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN). Het onderscheid dat in het wetsontwerp wordt gemaakt tussen enerzijds Antilliaanse en Arubaanse EU-burgers met de Nederlandse nationaliteit en anderzijds niet-Nederlandse EU-burgers en daaraan gelijkgestelde ‘derdelanders' komt volgens hem neer op discriminatie.

Vorige week stuurde minister Verdonk het conceptwetsvoorstel Aanvullende maatregelen verblijf Antilliaanse en Arubaanse risicojongeren en inburgering Antilliaanse en Arubaanse Nederlanders naar de Raad van State. Voor het zomerreces wordt een advies verwacht.

Aanleiding voor de speciale inburgeringswet is volgens de minister ‘het probleem van de maatschappelijke en culturele achterstandssituatie van bepaalde groepen Antillianen en Arubanen'. Daaronder vallen onder meer: laagopgeleide Nederlanders die op de Antillen of Aruba zijn geboren en daar tien jaar of langer hun hoofdverblijf hadden, en laagopgeleide Nederlanders die uit tenminste één Antilliaanse of Arubaanse ouder zijn geboren en tien jaar of langer op de Antillen en Aruba woonden. ‘Deze Landskinderen' zouden moeite kunnen hebben met integreren in de Nederlandse samenleving'. Op dit moment hoeven alleen Antilliaanse en Arubaanse nieuwkomers met minder dan een Mavo4-diploma of een onvoldoende voor Nederlands in te burgeren.

Besselink noemt het in zijn advies ‘meer dan schrijnend' dat anderen vrijgesteld worden van de inburgeringsplicht. ‘Liever een Japanner dan een Antilliaan of Arubaan, is de implicatie', aldus de hoogleraar. Het wetsontwerp beschouwt hij als ‘uiterst geschikt om de koninkrijksverhoudingen te verzuren en het verder uiteenvallen van het Koninkrijk te bevorderen'. De combinatie bestuurlijke en strafrechtelijke verbanningsmaatregelen met inburgeringsplicht vindt hij frappant. ‘Men zou denken dat verbanningsmaatregelen en inburgeringsmaatregelen twee tegenovergestelden zijn. Voor de Nederlandse regering is dit kennelijk niet het geval. Inburgering is geen positieve op integratie gerichte maatregel, maar een alternatief voor verbanning. Inburgering is als een afschrikwekkende maatregel bedoeld'.

Voor meer informatie:

Roy Pieters, voorzitter OCaN. Tel: 06-50805014, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Prof. dr. Leonard Besselink, Leerstoel Europees Constitutioneel Recht, Rijksuniversiteit Utrecht.Tel: 030-2538079, Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien.

Nadere juridische toelichting / achtergrondinformatie:

Het wetsvoorstel tot verbanning en inburgering van Antillianen en Arubanen komt er volgens prof. dr. L. Besselink ook op neer dat bijzondere voorrechten voor andere Nederlanders worden geschapen, namelijk voor in Nederland - althans buiten de Antillen/Aruba - gevestigde Nederlanders van (overwegend) niet-Antilliaanse of niet-Arubaanse afkomst, die immers niet aan de maatregelen kunnen worden blootgesteld.

Inrichting en toekenning van burgerrechten voor bepaalde personen betekent dat deze gerekend worden tot ‘nationalen' die een bijzonder landsburgerschap genieten. De aard en vormgeving van zo'n burgerschap kan in strijd zijn met de principes waarvan het Statuut uitgaat en met hoger recht. Gelijkstelling van Antillianen en Arubanen met niet­-Nederlanders, vreemdelingen, ‘derdelanders', die helemaal niets met Nederland van doen hebben of hebben gehad, is het echte probleem van de burgerschapsplicht, aldus Besselink.

Inwoners van het Koninkrijk worden volgens hem opsplitst in binnenlanders en buitenlanders. ‘Koninkrijksbuitenlanders hebben daarbij in vergelijking met andere buitenlanders geen geprivilegieerde band met Nederland. Sterker, de ‘buitenlanders' waar het hier om gaat, zijn formeel wel Nederlanders, maar pas ten volle nadat zij hun burgerrecht hebben moeten bewijzen op straffe van een geldboete, dit op gelijke voet met andere buitenlanders'.

Ook objectief bestaat er geen goede rechtvaardiging voor de gelijkstelling van Antilliaanse en Arubaanse Nederlanders met vreemdelingen die ‘derdelander' zijn, aldus Besselink, omdat sprake is van verboden ongelijke behandeling. Onderwijs- en gerichte arbeidsmarktmaatregelen zouden volgens hem de problemen beter aanpakken dan een verplichte inburgering.

De Raad voor de Rechtspraak adviseerde reeds negatief over de ‘toelating en heenzendingregeling'. Oud-hoogleraar migratierecht J. d'Oliveira en de Antilliaanse rechter B. Wit lieten zich eveneens kritisch uit. Nu door de bevindingen van prof. dr. Besselink blijkt dat óók het wetsvoorstel inburgering juridisch onhoudbaar is, voelt OCaN zich eens te meer gesteund in de opvatting dat burgers van het Koninkrijk in alle gevallen gelijk behandeld dienen te worden. In een eerder stadium lieten de Adviescommissie Vreemdelingenzaken (ACVZ), de Raad van State en de Permanente Commissie van deskundigen in internationale Vreemdelingen-, Vluchtelingen- en Strafrecht (Commissie Meijers) zich in soortgelijke meningen als Besselink uit.

Noot voor de redactie

OCaN is de overlegpartner van het rijk inzake integratie van Antillianen en Arubanen in Nederland. OCaN participeert in het Landelijk Overleg Minderheden (LOM), voorgezeten door de minister voor integratie.

Wetsvoorstel en MvT: http://www.minjus.nl/pers/persberichten/archief/archief_2006/60130aanvullende_maatregelen_antilliaanse_en_arubaanse_risicojongeren.asphttp://www.minjus.nl/pers/persberichten/archief/archief_2006/60130aanvullende_maatregelen_antilliaanse_en_arubaanse_risicojongeren.asp

De Antillianen en Arubanen die het voorontwerp onder de inburgeringsplicht van de Wet inburgering brengt zijn:

  • de Nederlanders die op de Antillen of Aruba zijn geboren en aldaar 10 jaar of langer hun hoofdverblijf hadden
  • de Nederlanders die uit Antilliaanse of Arubaanse ouders zijn geboren en 10 jaar of langer op de Antillen en Aruba hebben gewoond
  • alle op de Antillen en Aruba genaturaliseerde Nederlanders

Commissie Meijers (Permanente Commissie van deskundigen in Internationale Vluchtelingen, Vreemdelingen en Strafrecht) de wet inburgering (23 januari 2006):

http://www.commissie-meijers.nl/assets/commissiemeijers/Commentaren/2006/CM0601%20Commentaar%20Wet%20Inburgering%2023jan06.pdfhttp://www.commissie-meijers.nl/assets/commissiemeijers/Commentaren/2006/CM0601%20Commentaar%20Wet%20Inburgering%2023jan06.pdf