Provinciale Statenverkiezingen 2 maart 2011

 

Op woensdag 2 maart 2011 vinden de verkiezingen plaats voor de Provinciale Staten. Diverse Caribisch-Nederlandse kandidaten doen mee. Onder hen Cynthia Ortega-Martijn (ChristenUnie, Zuid-Holland, nr. 16), Ed Gumbs (PvdA, Flevoland, nr. 17), Jack Rasmijn (Unie van Democraten, Zuid-Holland, nr. 13) en Alex de Graaf (VVD, Flevoland, nr. 16). 

 

Cynthia_foto AlexdeGraaf 

 

 

 

De Provincie

De Provincie houdt zich met name bezig met ruimtelijke ordening: het in evenwicht brengen van natuur, infrastructuur, bedrijfsterreinen en woningen. Daarnaast kiezen Provinciale Staten (563 leden in totaal) de Eerste Kamer: dat is de laatste instantie uit de Staten-Generaal die wetsvoorstellen uit de Tweede Kamer kan goed- of afkeuren.

 

Bestuurslaag tussen Rijk en gemeenten

De Provincie is de bestuurslaag tussen de rijksoverheid en de gemeenten. Sommige zaken zijn te groot voor gemeenten, sommige zaken zijn te klein voor de rijksoverheid. Daarom is deze 'extra' bestuurslaag nodig. De bevoegdheden van de Provincie worden zijn vastgelegd in de Provinciewet. Het belangrijkste thema waar de provincie zich mee bezighoudt is ruimtelijke ordening. Dit doet de Provincie middels het opstellen van streekplannen. Daarnaast spelen onderwerpen als water en milieu, verkeer en vervoer, economische en plattelandsontwikkeling, natuur en landschap, welzijn en cultuur, jeugdzorg, en toezicht op gemeenten. ook zorgen de provincies voor een goede bereikbaarheid van steden en dorpen middels fietsroutes, wegen en streekbusverbindingen. De 'wetten' die PS kunnen uitvaardigen heten 'provinciale verordeningen en regelingen'. De provincie kent een ondersteuning van een ambtelijk apparaat.

 

Provinciale Staten

De Provincie kent een democratisch gekozen bestuur. De volksvertegenwoordiging van de provincie wordt de Provinciale Staten (PS) genoemd. De grootte van het PS is afhankelijk van het aantal inwoners per provincie. Eens in de vier jaar worden de Provinciale Statenleden gekozen. De PS stellen het provinciaal beleid vast en houden hierop toezicht. Verder kiezen de leden van de Provinciale Staten de vertegenwoordigers (senatoren) van de Eerste Kamer. De senatoren uit de Eerste Kamer kunnen op hun beurt wetten van de Tweede Kamer (de landelijke volksvertegenwoordiging) goedkeuren en afkeuren.

In vrijwel alle provincies vergaderen Provinciale Staten minimaal één maal per maand, op een vaste dag. Het aantal Statenleden is maximaal 55. Noord-Holland kent 55 Statenleden, Zeeland 39.

 

Gedeputeerde Staten; Commissaris van de Koningin

De partij die de meeste stemmen wint, mag het College van Gedeputeerde Staten gaan vormen. Dit is het Dagelijks Bestuur - zeg de regering - van de provincie. Het College bestaat vaak uit een coalitie van partijen.  De 'voorzitter' van het College van Gedeputeerde Staten is deCommissaris van de Koningin.

 

Provinciefonds en Doeluitkeringen

De Provincie krijgt inkomsten uit onder meer het Provinciefonds en 'Doeluitkeringen' (voor een vooraf gesteld doel) van het Rijk; Provincies mogen ook zelf belasting heffen.  De begroting van Zuid - Holland omvat een kleine 700 miljoen euro; de begroting 2007 van Overijssel bedraagt 300 miljoen euro. De begroting is verdeeld over programma's als 'landelijke gebieden', 'ruimte' en 'cultuur en maatschappelijke ontwikkeling'.

 

Republiek der Zeven Verenigde Provinciën

Door de eeuwen heen werden de provincies gekenmerkt door een streven naar meer autonomie en behoud van het machtsevenwicht. In 1581 werd de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën in het leven geroepen. Deze ontstond na onderlinge verdeeldheid tussen gewesten in de Nederlanden over een belastingmaatregel ('Tiende Penning') van de Spaanse overheersers. De Republiek werd een 'losse statenbond' bestaande uit de gewesten Holland, Zeeland, Utrecht, Groningen, Friesland, Gelre en Overijssel. Vanaf het einde van de Tachtigjarige Oorlog (1648) kwamen daar delen van Limburg en Brabant bij en pas later het arme en opstandige Drenthe. Deze gewesten, bestuurd door een Stadhouder en de Provinciale Staten, kenden verregaande autonomie.

De steden binnen deze provincies genoten op hun beurt een sterke mate van zelfbestuur. Onder het motto 'Eendracht maakt macht' had iedere provincie een zetel in de Staten-Generaal (nu de Eerste en Tweede Kamer). Het waren onder meer de Staten van Holland en de Staten van Zeeland die in de loop van de 17e eeuw het initiatief namen voor het oprichten van "compagnieën" ten behoeve van de handel in en verkoop van slaven op Curaçao.

De Republiek der Zeven Verenigde Provinciën duurde tot 1795. Bezettingen, grondwetswijzigingen en de afscheiding van België in 1830 volgden. In de nieuwe monarchie werd de provincie Holland gesplitst in Noord- en Zuid-Holland, omdat andere provinciën van mening waren dat Holland te groot en te rijk was geworden. In 1848 werd de rolverdeling tussen gemeenten, de elf provincies en het rijk vastgelegd. Deze verdeling wordt nog steeds het 'Huis van Thorbecke' genoemd. Pas in 1919 kreeg elke burger in Nederland actief en passief stemrecht, dus ook voor de Provinciale Staten.

 

De twaalfde en laatste provincie die erbij is gekomen is Flevoland in 1986. Bonaire, Sint-Eustatius en Saba vallen (vooralsnog) niet onder een provincie; de bewoners van de BES kunnen dus niet stemmen op 2 maart aanstaande.

 

Bron: OCaN redactie.