"Antilliaanse IQ"
dinsdag 14 juli 2009 00:00
In de ingezonden brief aan Amigoe van 22 juni jl. vraagt de heer Hans van Hulst aan 'de heren Gumbs, Labad en Helberg' om een uitleg van wát precies in de uitspraken van Aboutaleb ons heeft gebracht tot onze kritiek met kwalificaties als stigmatiserend en discriminerend. Daarbij haalt hij een aantal bronnen aan, overigens zonder het TV-interview met Pauw en Witteman dd. 15 april te noemen, waarbij Aboutaleb voor het eerst - zonder aanleiding en uit het niets - de Antilliaanse populatie (!) in relatie brengt met een laag IQ.
Wij leiden uit Van Hulst' brief af dat hij mogelijk twijfelt aan de connotatie die de burgemeester van Rotterdam in de media heeft gemaakt tussen het Antilliaan-zijn en een laag-IQ. Aboutaleb heeft deze relatie weldegelijk 'gesignaleerd' en daar zijn de media op ingesprongen. Zijn zelf veroorzaakte commotie was de aanleiding om in te gaan op het verzoek van de voorzitters van OCaN en MAAPP om hierover in gesprek te gaan, alsmede de reden om te reageren op de PPAAA-voorzitter.
Wat we uit internationale neurowetenschappelijke onderzoeken zien, onder meer van de Australische professoren Caspi en Muffit, is dat een aantal variabelen meespeelt bij de ontwikkeling naar gedragsproblemen en criminaliteit. Het IQ is daar één van; ras of etnische herkomst wordt echter nergens genoemd. Aboutaleb verengt de problematiek niettemin tot het 'Antilliaan-zijn'. Hij maakt bijzonder wat niet bijzonder is.
'Antilliaan-zijn' zegt iets over de etnische herkomst: de 'leden' identificeren zich met een bepaalde taal, cultuur, geschiedenis en geografisch gebied. Etnische herkomst valt binnen de brede, volkenrechterlijke definitie van 'ras', waardoor het onderscheid maken tussen 'Antilliaans' en 'overig' een 'onderscheid op basis van ras' wordt genoemd, hetgeen discriminerend is. Discrimineren mag pas, als de wet dat toelaat. Niemand echter staat boven de Nederlandse wet, noch de Antilliaanse risicojongeren, noch de burgemeester. De burgmeester begeeft zich ons inziens op glad ijs: volgens artikel 137d van ons Wetboek van Strafrecht kan het structureel aanzetten tot discriminatie van een naar ras afgebakende doelgroep een gevangenisstraf opleveren van twee jaar.
In de ogen van OCaN is de burgemeester er voor alle Rotterdammers, dus ook voor de 19.000 Antillianen in zijn stad. Een heel belangrijke taak op dit moment in Rotterdam is alles in het werk te stellen om bevolkingsgroepen bij elkaar te brengen. Het gaat niet meer om problem talk, maar om solution talk: handelen in plaats van weer opnieuw analyseren. Daarbij past het niet te pas en te onpas - direct dan wel indirect - een relatie te maken tussen raciale kenmerken en hersenstructuur, zeker nu wel duidelijk is dat het genetisch potentieel van alle menselijke 'rassen' nagenoeg gelijk is en daarmee het IQ.
Het is een bekend gegeven dat lokale politici en korpschefs veiligheidsproblemen nadrukkelijk onder de aandacht brengen als een bezuinigingsronde van het rijk wordt aangekondigd, zoals nu het geval is. Om vervolgens een politieke discussie te starten omtrent criminaliteit en IQ en deze te reduceren tot etnische herkomst gaat ons inziens te ver. Laat de discussie rondom IQ liever over aan intellectuelen en medische specialisten, niet aan leken. Het is beter als de burgemeester van Rotterdam zich bezighoudt met een langdurig beleid ter bestrijding van armoede en sociale uitsluiting onder de Antilliaanse doelgroep in zijn stad, volgens elk gezond verstand de beste remedie tegen criminaliteit. Had de burgemeester het onvolprezen Morgen bloeit het diabaas (Van Hulst, 1997) een decennium geleden gelezen, dan had hij zelf tot die conclusie kunnen komen.
Tenslotte, we zijn er niet uit om een polemiek te starten via de media; we zijn in gesprek met de rijksoverheid en gemeenten en hebben een gemeenschappelijk doel, namelijk de emancipatie en participatie van kansarme Antillianen en Arubanen.
Glenn O. Helberg - voorzitter OCaN
