Reactie van drs. Glenn O. Helberg, voorzitter OCaN aan Eindadvies Taskforce Antilliaans-Nederlandse risicogroepen

Drs. Glenn Helberg

Eindadvies Taskforce Antilliaans-Nederlandse risicogroepen
persconferentie, Nieuwspoort Den Haag, 2 september 2008


Geachte aanwezigen, geachte minister Vogelaar, minister Hirsch-Ballin, staatssecretaris Bijleveld, burgemeester Opstelten, geachte gevolmachtigde minister de heer Comenencia, de heer Andersson, Taskforce Antilliaans-Nederlandse risicogroepen, Caribische en Europese Nederlanders,
Allereerst dank dat u mij in de gelegenheid stelt een korte reactie te geven namens de Antilliaanse en Arubaanse gemeenschap in Nederland op het Eindadvies van de Taskforce, "Antilliaanse probleemgroepen in Nederland. Een oplosbaar maatschappelijk vraagstuk".
Ik wil de Taskforce hartelijk danken voor haar uitstekende werk dat zij heeft geleverd in zo'n korte tijd. Het diverse contact dat u heeft gehad met de Antilliaanse en Arubaanse gemeenschap is als zeer plezierig ervaren. Het contact is ook niet zonder resultaat gebleven: het Eindadvies laat zien dat u goed heeft geluisterd naar de achterban en een aantal ideeën heeft overgenomen.
Met name heb ik het over het intensief betrekken van de Antilliaans-Arubaanse gemeenschap bij het oplossen van de integratieproblemen van deelgroepen onder ons, zoals ook eerder gepleit in Antilliaans-Arubaanse adviezen als Nèt Loke Falta en Recht op Kansen . Immers, samen moeten we het doen, is tevens ons devies; het is keha o kumpli, complain or complete, klagen of klaren (een slogan waarvan collega Ruben Severina van de MAAPP en ik vonden dat wij die moesten introduceren):

wij belastingbetalers betalen veel geld om de problemen op te lossen; als Antilliaans-Arubaanse gemeenschap mogen we alleen al daarom niet met onze armen over elkaar toekijken hoe het zal vergaan. Wij zijn onderdeel van succes of falen: wij, onder meer TOPA, MAAPP , OCaN en de Antilliaans-Arubaanse beraden en zelforganisaties, op gemeentelijk en op landelijk niveau. Maar ook zonder middelen zetten we ons in.
De Antilliaans-Arubaanse gemeenschap is zich sterk doordrongen van het feit dat zich grote problemen van armoede - zowel financieel als geestelijk - en sociale uitsluiting voordoen in onze gezinnen. Deze uiten zich in de bekende symptomen, te weten slechte scores van met name de ‘nieuwe' eerste-generatie jongeren en jonge ouders op het terrein van onderwijs en opvoeding, participatie en werk, veiligheid, gezondheid, woon- en leefsituatie en sociaal-economisch gebonden migratie. We weten dat in het Caribische deel van het Koninkrijk reeds generaties overleven in de marge en onder spanning, en dat van hetzelfde fenomeen nu sprake is in het Europese deel. We zijn "oververtegenwoordigd in de criminaliteitsstatistieken en ondervertegenwoordigd in de hulpverleningstrajecten". Dat pleit ervoor om juist meer in te zetten op preventief en curatief beleid. Nu reeds helpen vele individuele Antillianen en Arubanen vrijwillig en met grote inzet de kansarmen: als huiswerkbegeleider, mentor, maatje, pleegouder en opvoedondersteuner. Met name ook zonder steun van de overheid. 
Focus
De Taskforce heeft een focus aangebracht in de vier doelgroepen en vier thema's . Onze reactie hierop is het volgende. Willen we op de lange termijn echt slagen, dan zullen we ons nu moeten richten op de groep die over acht à tien jaar in de ‘risicovolle leeftijd' van 16-20 jaar zit, dat wil zeggen de 6-12 jarigen van nu. We pleiten bij deze kinderen om specifiek aandacht te besteden aan het onderwijs. Daarnaast zijn we van mening dat reproductieve gezondheid - dat wil zeggen de gezondheid van zwangere vrouw/moeder en kind in de leeftijd van 0-5 jaar - als thema prioriteit zou moeten genieten. De rol van de vader in de opvoeding en het gezin dient daarnaast eveneens centraal te staan. De beeldvorming is een ander belangrijk thema. Ten slotte is het van belang om te investeren in ontmoetingsruimten met een educatieve bestemming, zoals in verleden succes had.

De educatieve ontmoetingsruimten Nos Kultura (Almere), Ambiente (Groningen), Nos Por (Amsterdam Zuidoost), Sentro di MAMA (Dordrecht), Sirkulo Antiano (Tilburg) en SWA (Rotterdam) in het heden laten zien dat deze ruimten voor ontwikkeling hun functie ook nu nog waard zijn. 
De energie en de middelen dienen terecht te komen op buurt- en wijkniveau, bij de men and women on the street zelf. Hun noden, wensen en oplossingsrichtingen dienen centraal te staan. Investeren in - en weerbaar maken van de individuen, daar gaat het om. Vrijwillige hulpverleners dienen daarbij ondersteund te worden door professionals.
Aandachtspunten
We zouden geen Antilliaan of Arubaan zijn als we niet enkele kritische aandachtspunten zouden plaatsen.
1)  Het Eindadvies van de Taskforce spreekt diverse malen over registratie en repressie. Uiteraard dient elke crimineel duidelijk te worden aangepakt; niettemin mag dat nimmer ten koste gaan van onze klassieke grondrechten, zoals het recht op privacy, het recht op persoonlijke vrijheid - met name het huisrecht - , het gelijkheidsbeginsel en het gevrijwaard zijn van willekeur.

2)   Daarnaast zijn we van mening dat ‘community approach' niet mag leiden tot een negatieve en structurele vorm van ‘community intelligence', waarbij de Antilliaans-Arubaanse gemeenschap slechts ingezet wordt als informant. Vertrouwen is en blijft het sleutelwoord bij samenwerking.

3)   De praktijk om problemen op te lossen is weerbarstig. Gemeenten en instanties dienen in dat geval hun principes tegen het licht te houden en waar nodig aanpassingen te plegen, met name daar waar het gaat om schulden en gebrek aan huisvesting voor laagopgeleide, kansarme nieuwkomers.   

4)   Wat betreft de herverdelingssystematiek, gemeenten dienen de aard en omvang van de problematiek goed in kaart te brengen. Mochten kleine, of grote gemeenten met meer of mindere problematiek van Antilliaanse en Arubaanse risicogroepen te kampen hebben, dan zou ons inziens daar nog een aanpassing in plaats moeten vinden. Den Helder kan hierbij als voorbeeld dienen, in die zin dat we ons over de situatie van de Antillianen in deze gemeente zorgen maken.

5)    Tenslotte wijzelf, onze rol als Antilliaanse en Arubaanse gemeenschap. We willen graag optreden als gesprekspartner of intermediair van de overheden en hulp bieden aan de kansarme Antilliaanse en Arubaanse groepen. De kansarmen mogen van ons verwachten dat wij representatief, deskundig, herkenbaar en oprecht betrokken zijn, dat we daadwerkelijk met oplossingen komen, dat we daadwerkelijk een eenheid en gemeenschap willen zijn.
We zijn ervan overtuigd dat de positieve punten die wij delen uit het Eindadvies van de Taskforce instemming vindt bij de politiek. We pleiten voor een change of mindset  bij alle betrokkenen: Caribische en Europese Nederlanders, kansarm en kansrijk, hier en overzee. Uiteindelijk zijn we allen gebaat bij een ‘Koninkrijk van melk en honing' waar het voor eenieder en overal goed wonen, werken en leven is; waar we als Koninkrijksburgers trots op zijn en waar geen ruimte is voor armoede, uitsluiting en ongelijkwaardige behandeling op grond van herkomst, ras, seksuele gerichtheid, religie of nationaliteit.
Laten we ervoor gaan!
Ik dank u allen.