Zinvolle aanbevelingen in RISBO-evaluatie Antillianenprojecten

De Evaluatie van de integratieprojecten voor Antilliaans-Arubaanse risicojongeren (2005-2008) kent een aantal zinvolle aanbevelingen. Zo blijkt het 'vinden en binden' van risicojongeren voor hulp prima mogelijk te zijn, als dat maar gebeurt op een niet-dwangmatige manier en met de inzet van 'praktijkervaren' hulpverleners en jongerenwerkers die 'de taal' van de risicojongeren spreken, zo concluderen de onderzoekers. Het Overlegorgaan Caribische Nederlanders (OCaN) ziet in de evaluatie mogelijkheden, maar ook grote uitdagingen voor het toekomstige integratiebeleid voor Antilliaans-Arubaanse risicojongeren.  

De Evaluatie bestuurlijke arrangementen Antillianengemeenten 2005-2008 werd uitgevoerd door onderzoeksbureau RISBO uit Rotterdam in opdracht van het programmaministerie voor Wonen, Wijken en Integratie (WWI).  Onderzocht werd wat de succes- en faalfactoren waren, alsmede de uitkomsten van de projecten voor Antilliaans-Arubaanse jongeren gericht op het terugdringen van werkloosheid, schooluitval en criminaliteit in de periode 2005-2008.  De voorzichtige conclusie is, dat steeds meer projecten hun doelstellingen halen.

Aanbevelingen met inbreng OCaN

OCaN participeerde in de begeleidingscommissie[1] die tot taak had het meedenken en meepraten met de onderzoekers over de evaluatie. OCaN kan zich herkennen in diverse oplossingsrichtingen die door de onderzoekers van RISBO worden voorgesteld aan de Minister en Tweede Kamer. Zo adviseerde OCaN aan RISBO over het cruciale belang van een sterkere betrokkenheid van Antilliaans-Arubaanse professionals en de Antilliaans-Arubaanse gemeenschap bij het vinden en binden van risicojongeren; over kennisontwikkeling; én over afstemming tussen het integratie- en het samenwerkingsbeleid binnen het Koninkrijk.

Daarnaast benadrukte OCaN de lange termijneffectiviteit van voorlichting over een gezonde zwangerschap voor Antilliaans-Arubaanse ouders en interventies op jongere generaties (8-12 jaar) en gezinnen. Deze adviezen zijn terug te zien in de twee oplossingsrichtingen Omvattende aanpak en Robuust sociaal programma. OCaN attendeerde tevens op het belang van een beter cijfermatig inzicht van de integratieproblematiek in de Antillianengemeenten ("nulmeting"). Voor een beter beeld moet vervolgens inzichtelijk worden gemaakt wat de absolute aantallen Antiliaans-Arubaanse risicojongeren zijn, gecorrigeerd naar sociaaleconomische en demografische factoren.

In de conclusies onder Ontbrekende gegevens wordt van deze noties gewag gemaakt. Tenslotte hebben de onderzoekers overgenomen dat de Antillianengemeenten helder moeten maken hoe zijn hun gemeentelijke gelden (de zogeheten '50% cofinanciering') inzetten voor de Antilliaans-Arubaanse risicojongeren.

Uitdagingen

De onderzoekers hebben in hun evaluatie echter niet inzichtelijk gemaakt hoe de Antillianengemeenten de betrokkenheid van de Antilliaans-Arubaanse gemeenschap heeft geregeld in de onderzochte periode. Ook is niet duidelijk wat de effecten waren van controversiële, repressieve interventies, zoals de activiteiten van de stadsmarinier Antillianen in Rotterdam en de speciale Rechercheteams Antillianen in de diverse Antillianengemeenten.

Tenslotte is de zogenoemde 'interculturalisatie' van algemene instellingen niet geëvalueerd. Naast bovengenoemde drie suggesties van OCaN, ziet OCaN haar aanbevelingen met betrekking tot vaderbetrokkenheid en het maken van à la carte afspraken tussen Rijk en Antillianengemeenten (naar gelang de lokale problematiek) onvoldoende terug in de evaluatie.

OCaN ziet niettemin de komende jaren de rol van de vader in de opvoeding als cruciaal in het bieden van kansen voor de jongeren. Daarnaast is de hoofddoelstelling van het aankomende Antilliaans-Arubaanse risicojongerenbeleid van de minister - te weten, de toerusting van reguliere instellingen met specifieke kennis, ervaring en werkwijzen - een belangrijke, maar zorgelijke uitdaging: wederom zijn er namelijk volgens OCaN de afgelopen jaren geen grote stappen gemaakt met "een cultuuromslag bij de instanties", zoals de onderzoekers het noemen (zie conclusie procesevaluatie, p63). Aanbevelingen hieromtrent waren op zijn plaats geweest.

Permanente aandacht

De resultaten van de integratieprojecten voor Antilliaans-Arubaanse risicojongeren in de periode 2005-2008 zijn mogelijk niet datgene van wat OCaN ervan heeft verwacht. Gezien het feit echter dat ons inziens de komende jaren de sociaaleconomische niveauverschillen tussen het Caribische en Europese deel van het Koninkrijk substantieel zullen zijn en daarmee ook migratie van kansarmen een blijvend verschijnsel, verwachten we niet dat de integratieproblematiek binnen de aankomende periode 2010-2013 oplosbaar is.

Vanwege het bijzondere landsoverschrijdende karakter zal de integratie van Antilliaans-Arubaanse risicojongeren in Nederland ons inziens permanente aandacht nodig hebben. Meerjarige specifieke stimuleringsmaatregelen en kennisontwikkeling binnen de algemene instanties gaan daarbij hand in hand.

De Evaluatie bestuurlijke arrangementen Antillianengemeenten 2005-2008 geeft in elk geval belangrijke handvatten voor de integratie van Antilliaans-Arubaanse risicojongeren, te weten dat de nadruk moet liggen op de aanpak van oorzaken in plaats van symptomen ('change the mindset'), dat de focus op drang- en dwang moet worden verlaten en dat de inzet van 'Antilliaans-Arubaanse' expertise moet worden geïntensiveerd.

In de Evaluatie wordt uitgebreid stilgestaan bij het OCaN-adviesrapport Change the mindset. De Evaluatie Bestuurlijke Arrangementen Antillianengemeenten 2005-2008 is te downloaden via: http://www.risbo.nl/r_nieuws.php?n=41.

Noot voor de redactie:

Glenn O. Helberg, voorzitter. 06-502.91.004.



[1] Naast OCaN participeerden in de begeleidingscommissie de Movimentu Antiano i Arubano pa Promove Partisipashon (MAAPP), vertegenwoordigers van de Antillianengemeenten en het ministerie van VROM.