Alles wat ik had, zat in een plastic tasje

Frenshelo_3

Het lijkt of Frenshelo Janzen (23) voor het eerst in zijn leven huilt. "Ik weet niet waarom", zegt hij. Als hij verder praat, wordt dat wel duidelijk. Vanaf zijn elfde stond hij er vrijwel alleen voor in Nederland. Hij kwam in de drugsscene terecht. De ommekeer kwam toen zijn zoontje werd geboren. "Ik dacht: ik wil niet meer zo leven".

Door Matthijs Voortman


Gelukkig was Frenshelo op Buena Vista, Curaçao. Zijn kinderenjaren met zijn zussen, broertje, neefjes en nichtjes. Onbezorgd spelen op het erf, het was een enorme vrijheid waar hij nu in Nederland vaak van dagdroomt. "Het leven was nog niet zo serieus", zegt hij zachtjes tijdens het interview in zijn huisje in Amsterdam, kijkend naar de grond.

Een klein glimlachje verschijnt op zijn gezicht als hij vertelt over het enige 'smetje' uit die tijd. Hij stal snoepjes van zijn overgrootmoeder. "Daar heb ik wel een beetje spijt van hoor." De situatie werd moeilijker toen zijn vader en moeder uit elkaar gingen. Af en toe ging hij naar zijn vader, die aan de drugs was geraakt. "Hij zat in onze spullen te zoeken naar geld. Hij sloeg me soms. Het was heel naar, maar om het echt te begrijpen, was ik te jong."

Op de kop
Slechts elf jaar was Frenshelo toen zijn moeder hem samen met zijn zusje Farah naar Nederland stuurde. Zijn moeder stond er op Curaçao alleen voor. Ze was een hardwerkende vrouw, was niet veel thuis, kon eigenlijk niet voor haar gezin zorgen. De jonge Frenshelo vertrok zonder vader en moeder naar Nederland, niet wetend dat de vlucht naar Amsterdam zijn leven op de kop zou zetten. "Als ik alles van tevoren had geweten, had ik het nooit gedaan, dan was ik op mijn eiland gebleven.

Ik had helemaal geen beeld van Nederland. Mijn oudste zus en tante woonden er en het leek me leuk om ze weer te zien. Ik realiseerde me eigenlijk niet dat ik er echt zou gaan wonen. Voor mijn toekomst zou het goed zijn, zeiden de mensen." Wat hij nooit zal vergeten is dat een tante hem zei dat hij met een doel moest gaan. "Ik dacht: ik wil hoe dan ook een diploma halen. Dat is mijn doel." Makkelijker gezegd dan gedaan. Nederland was echt niet leuk. Frenshelo en Farah gingen bij hun oudere zus in Amsterdam Zuidoost wonen. Er was niets te doen. Naar school ging hij niet. Hij sprak niet eens Nederlands.

Op de bank liggen en MTV en TMF kijken, dat was het leven van de jonge Frenshelo. Lang hield hij het niet vol bij zijn zus die een relatie kreeg en zwanger werd. Ze kregen ruzie en hij werd samen met zijn andere zus Farah op straat gezet. De tranen stromen over zijn wangen als Frenshelo terugdenkt aan die tijd: "Daar gingen we met onze rugzakjes. We konden alleen naar mijn tante. Ze ving ons op want ze kon ons moeilijk op straat laten staan". Maar binnen de kortste keren voelde Frenshelo zich niet meer welkom. Zijn tante had het al zwaar, met vier kinderen en nu nog twee erbij. Het was te druk en er was vaak ruzie.

Ook de vmbo-opleiding waar hij aan begonnen was, mislukte. "Ik kreeg problemen op school omdat ik onrustig was. Ik kon me niet concentreren, omdat ik bezig was met 'volwassen dingen', zoals onderdak zoeken en geld verdienen om te kunnen eten. Ik wilde een huisje zodat ik rust zou hebben. Ik stond er helemaal alleen voor. Ik miste mijn moeder erg, ik miste warmte in mijn leven."

Zwerven

Frenshelo liep weg bij zijn tante en kwam in de jeugdhulpverlening. Hij zwierf van opvanghuis naar opvanghuis en ging niet meer naar school. Toen hij 14 jaar was, kwam hij in een crisiscentrum in Purmerend voor jongeren met veel problemen. Hij mocht daar eigenlijk maar een jaartje blijven, maar ze vonden het niet verstandig om hem te laten gaan voor hij een andere plek zou hebben. Het gevaar bestond dat hij weer op straat zou belanden.

Dat gebeurde uiteindelijk toch toen hij 18 jaar was en er geen enkele vorm van opvang meer voor hem was. "Alles wat ik had, zat in een plastic tasje. Een paar kleren, meer niet. Ik zwierf van plek naar plek. Elke dag moest ik op zoek naar eten en een slaapplaats. Het was overleven. Ik leefde van dag tot dag." Het stempel 'kansloos' stond op zijn voorhoofd gedrukt. Via 'foute' vrienden die ook op straat leefden, kwam Frenshelo in aanraking met drugs.

Hij had niets te verliezen. "Er was geen andere uitweg. Ik had geen inkomen. Het was in mijn ogen de enige manier om aan wat geld te komen. Het begon met een paar grammetjes doorverkopen, maar al gauw was ik fulltime dealer. Ik kocht de drugs zelf in en verkocht ze in de flats en op straat. Aan 5 gram verdiende ik 400 euro. Ik kon ineens veel dingen kopen, vooral mooie kleren. Ik werkte 's avonds en 's nachts, overdag sliep ik. Je leeft in een soort roes. Ik was wel een tijdje gelukkig in dat wereldje met mijn zogenaamde vrienden." Frenshelo had status op straat.

Bolletjes slikken
In de tussentijd raakte ook nog eens een meisje zwanger van hem. Hij zou vader worden. Het maakte hem verward. Hoe kon hij nou een goede vader zijn? Dan moest hij toch op zijn minst een eigen huisje hebben. Maar daarvoor had hij niet genoeg geld. Een vriend leek de oplossing te hebben. Makkelijk snel geld verdienen. Wat drugs van het buitenland naar Nederland brengen. Ze beloofden hem 6000 euro. En zo vertrok Frenshelo met het vliegtuig.

Hij kon nog lekker een paar weken feesten en vakantie vieren ook. Tussendoor moest hij wat oefenen om bolletjes te slikken. "Met druiven deden we dat. Die moesten we in zijn geheel doorslikken". Het echte werk was wel even wat anders. Een dag voor het vertrek, eerst laxeermiddel innemen zodat het lichaam helemaal leeg is voor het slikken. Dan elk uur een paar bolletjes. "Ik voelde me zo misselijk dat ik de bolletjes er zo weer uitkotste. Na tien uur had ik een halve kilo binnen. Ik kon echt niet meer."  Bang was hij wel, maar hij kon niet meer terug. Zijn nieuwe 'vrienden' spraken hem moed in en gaven hem tips. Geef nooit toe als ze je ondervragen. Blijf altijd kalm. Dat deed Frenshelo, ook toen ze hem uit de rij haalden bij de douane. "Ze keken me raar aan.

Uiteindelijk lieten ze me gewoon vertrekken. Later hoorde ik dat die gasten waren omgekocht om me door te laten." Ook op Schiphol pikten ze hem eruit. Ze vroegen hem het hemd van het lijf, keken in zijn mond en kont en voelden aan zijn buik. Frenshelo hield vol dat hij niets bij zich had. Op gegeven moment kon hij gaan. Hij werd door onbekende mannen opgewacht en die bleven bij hem tot hij alle bolletjes had uitgepoept. Hij kreeg het geld, maar het maakte hem niet gelukkig. Hij besloot te stoppen met de drugs. "Ik wilde dat onzekere leven niet meer, niet voor mezelf en niet voor mijn zoontje. Die heeft toch een goede vader nodig."

Frenshelo_4a



Nieuw leven
En zo begon zijn nieuwe leven. Hij besloot dit keer zelf hulp te zoeken. Een hulpverlener zei tegen hem: jij hebt zoveel meegemaakt, is het niet goed als je met jongeren gaat werken die in dezelfde situatie als jij zitten? "Dat vond ik geweldig, dus zo ben ik bij de opleiding jongerenwerk terecht gekomen." Hij kon leren en werken combineren.  Frenshelo werd al snel zelf de hulpverlener. "Ik probeerde jongeren van de straat te houden met sport en muziek. Daarin kunnen ze hun energie kwijt. Ook gaf ik ze voorlichting over seks en drugs. Ik vond het fijn om iets positiefs te kunnen doen in mijn leven." Frenshelo slaagde voor zijn opleiding.

Hij had een diploma, dus toch nog zijn doel bereikt, maar het smaakte naar meer. De mbo-opleiding sociaal cultureel werk sloot goed aan bij wat hij wilde. Nu zit hij in het derde jaar en het gaat heel goed. Op weg naar zijn tweede diploma! Behalve de opleiding werkt hij vier dagen in de week op een kinderdagverblijf, met de allerkleinste kindjes. Luiers verschonen, voorlezen en liedjes zingen, Frenshelo draait er zijn hand niet voor om. Dat is wel even wat anders dan cocaïne doorverkopen. "Die kindjes, ze zijn zo onschuldig. Het is fijn dat ik ze iets kan bijbrengen. Ik vind het erg leuk om te zien hoe snel ze zich ontwikkelen. Het is mooi dat die kinderen kansen krijgen. Die heb ik eigenlijk nooit gehad in Nederland. Kinderen hebben iemand nodig die hen de weg wijst.

Als mijn moeder met me mee was gegaan naar Nederland, was het vast beter met me gegaan, maar ik neem haar niets kwalijk. Ze dacht dat dit het beste voor mijn was. Mijn moeder is trots dat ik nu mijn eigen huisje heb en dat ik werk en studeer. Ze zegt dat ik dit vol moet houden, ook voor mijn zoontje." Elk weekend ziet hij zijn zoontje Jugiano, die nu vier jaar is. Frenshelo is zo druk met alles dat hij aan zijn grote hobby's, zoals muziek en schilderen, niet echt toekomt. Op zolder bouwt hij een studiootje om de songteksten die hij schrijft ('ze zijn nog niet goed genoeg, maar ik werk eraan') om te kunnen zetten in muziek. In de kamer staat een schilderij dat een en al liefde uitstraalt, een jongen zoent een meisje, veel kleur. Het is nog niet af, want hij is te druk, zegt-ie.

Bouwen
En zo is Frenshelo nog steeds volop aan het bouwen aan zijn nieuwe leven. Hij is goed op weg, maar zeker nog niet klaar. Hij is echter vastbesloten om vol te houden. Hij laat zich daarbij inspireren door acteur/zanger Will Smith die in een speech eens zei dat je nooit moet opgeven: 'Je bent aan het rennen, een klein persoon in jou zegt dat je niet meer kunt, maar je moet blijven rennen, probeer dat persoontje uit te schakelen.'

Die woorden houdt Frenshelo altijd in zijn hoofd. Al is het soms niet makkelijk. Zo wordt hij regelmatig geconfronteerd met zijn 'oude leven'. Zijn zus Farah zit bijvoorbeeld al jaren in de gevangenis in Argentinië voor drugssmokkel. Af en toe heeft hij haar aan de telefoon en spreekt hij haar moed in. "Als ik daar aan denk, word ik triest en vraag ik me af waarom we leven. M'n zus had het eigenlijk nog veel meer in zich om succes in het leven te hebben dan ik", vindt Frenshelo.

Hij droomt ervan om later samen met zijn (toekomstige) kinderen op Curaçao op het erf te zitten bij het huis dat hij zelf zal bouwen. En dat die kinderen dan net zo vrij en gelukkig zijn als Frenshelo vroeger was in Buena Vista.

 

oma

Nenie 09/09/1909 - 30/06/2008

 

‘Eerbetoon aan mijn rolmodel’

Mijn overgrootmoeder is mijn grote voorbeeld. Ze is vorig jaar overleden toen ze 98 jaar was. Ze had een moeilijk leven, maar was een enorm sterke vrouw. Zij gaf veel liefde en leerde me respect te hebben. Zoals haar wil ik ook zijn en sterven. Ik heb een tatoeage op mijn been laten zetten met haar naam ‘Margarita Florencia’. En ik heb een tekst geschreven voor haar, als eerbetoon.

Nenie!  bo a bai laga mi ku kurason basi.

09/09/1909 - 30/06/2008

Respet ku amor ta esun ku bo a sinja nos.

Mi ta gradisi dios amor ku ta bo ta e simia di mi bida.

Ku a keda krese pa mustra nos e linja di bida.

Nenie sorry, pa e dia nan ku  nos ta kore den kura

Kansa bo kabes. Horta bo sen nan, kome bo lie

Ta ami ku mi ruman nan, ta pesei nos a sinja

I ta pesei mi ta skirbi e linja aki.

Anto sorry maske ku awo misa ku bo no ta worry

Aki na ulanda maske ku mi no por tei mi ta skibi me tekst mande ku respect

Anto bo sa ku un dia lo mi bini bek.